Lang leve hipster coffee bars. Net op de grens tussen extreme gentrificatie (stadsvernieling) en restanten van oude tijden kan ik mijn long black genieten met wat goedkope muziek. De muziek zou beter kunnen. Er zitten twee mensen te werken op hun laptop. Als de Winok overvol zou zijn, hier is nog plaats

De opgang

Het is een rare titel voor een boek, ik heb er even over gedaan voor ik doorhad waar het op sloeg.

Stefan Hertmans beschrijft de rondtoer die een notaris hem deed in het huis dat hij kocht in het Patershol, van de kelder tot d zolder, en maakt op elke verdieping connecties met de vroegere bewoners, en dan vooral met Willem Verhulst, een collaborateur in de tweede wereldoorlog.

De vrouw drong lang aan dat ik dat boek zou lezen, het is één van haar favoriete Vlaamse boeken, en Hertmans haar favoriete Vlaamse schrijver. Ze zei dat het aantoont hoe dicht dat extremistisch verleden is, en hoe de continue lijn naar de Vlaams-Nationalististen van vandaag zo duidelijk is.

Ik ben daar niet helemaal van overtuigd. Er is dat hoofdstuk op het einde waarin Bart De Wever een laudatio schrijft en voorleest voor de begrafenis van Griet Latomme, de maitresse en tweede echtgenote van Willem Verhulst. Zij bleef tot in haar oude dagen Hitler bewonderen, en was waarschijnlijk het foutste personage in heel het boek. Maar Bart De Wever was een jonge twintiger en kan die fout allicht afschrijven als jeugdige naïviteit. Stotender en illustratiever vind ik zelf dat geen journalist hem er ooit naar gevraagd heeft.

Wat me verwonderde in het boek is hoe gemakkelijk Willem Verhulst na de oorlog, na amper vijf jaar in de gevangenis te gezeten te hebben, weer aanknoopt bij zijn oude leven. Al hoeft dat allicht ook niet te verwonderen als je bijvoorbeeld weet dat in 1957 nog 77 percent van de oudere ministers vroeger lid waren van de Nazi-partij.

Als we een ding leren uit de geschiedenis is het dat we er niets uit leren.

Ik heb gelezen dat het Patershol een parking had kunnen zijn had het gemeentebestuur zijn zin gekregen. Nu is het een van de belangrijkere toeristische zones. Ik herinner me dat ik tijdens een huizenjacht met een ex haar half voor zot verklaarde toen ze overwoog om daar een huis te kopen, ook al zag ik er toen al de charme van in. Van de opgang van het Patershol was ik zelf een getuige.

Belgrade Waterfront

Hier in Belgrado wandel ik wat rond, en beland als vanzelf op Belgrade Waterfront. Ze zijn hier nog alles aan het afbreken, grote wolkenkrabbers aan het optrekken voor rijke arabieren. Iets verderop is čaciland, een zone waar Vučić-getrouwen bivakkeren om hun president te steunen, volgens VRT Nieuws, en de officiële Servische perskanalen. Volgens mensen die we hier kennen een zone van opportunisten en mensen wier job ervan afhangt om daar te zijn. Ze krijgen premies om daar te verblijven, zolang de studentenbeweging blijft protesteren.

Čaciland. Er waren toevallig heel weinig verdedigers van Vučić te zien.

Daarnet nam ik foto’s van een van de laatste littekens van de bombardementen op de stad: het militair hoofdkwartier. Een soldaat bewaker kwam me zeggen dat ik moest stoppen. Het gebouw wordt binnenkort afgebroken en omgebouwd tot een hotel voor Trump zijn schoonzoon. Het is eigenlijk beschermd erfgoed, maar de wil om dat zo te behandelen ontbrak al enkele decennia, en nu is een noodwet gestemd die toelaat het gebouw en de hele blok met de grond gelijk te maken. Een dezer dus.

Het militair hoofdkwartier, sinds de bombardementen.

Net als Hotel Yougoslavia, wat toch nog een graadje spijtiger is, dat dat verdwenen is. Ik hield van dat gebouw.

Maar ach wat, verdwijnen moeten we, in de plooien van de geschiedenis. Dat is misschien het mooiste aan dat boek, als Hertmans zich implant in de geschiedenis die hij beschrijft. Als hij insinueert Willem Verhulst misschien wel gezien te hebben achteraan in een winkel, of als hij insinueert dat het misschien wel diens vrouw was die naar hem « bende fascisten » riep toen hij per ongeluk in een extreem-rechtse optocht meeliep door het Patershol in 68.

Begrafenis

We zijn in Belgrado om Mima te begraven. Ook zij zal zo verdwijnen in de plooien van de geschiedenis. Ze was van hetzelfde geboortejaar als mijn moeder. En ik schreef bijna “is”, want het is nog wennen om de verleden tijd over haar te gebruiken. Dat zal morgen na de begrafenis misschien natuurlijker beginnen komen.

Wat ik me van haar wil herinneren: de enthousiaste lachende levensgenieter, op het ongezonde af. Mijn eerste Kerstavonden in Belgrado, toen ik mijn vrouw nog maar net kende, waarin zij de spil was van een groot en bont gezelschap, en net zoals mijn grootmoeder zaliger, niet wou wijken van je zijde tot je van alles aan tafel had geproefd, het liefst in onverantwoorde hoeveelheden. Ze was een fantastische kok, die de competitie om het meeste laagjes in de cake graag won van haar zus, mijn schoonmoeder.

In Rotterdam valt Arjen van Veelen vaak terug op het concept “het weefsel van de stad”. We maken er deel van uit, het is groter dan ons, we zijn slechts een draadje van dat niet kapot te krijgen organisme. Hoeveel wijken je ook platgooit, hoeveel mensen je onteigent of wegjaagt of niet verwelkomt, het weefsel geraakt beschadigt, vervormd, getransformeerd, maar het blijft bestaan.

Anderen zouden het misschien “cultuur” noemen. Het is de meme, de fermionen, het ontastbare continuum waarin alles bestaat en dat we allen samen uitmaken, en elk op zich. De optelsom van alle individuen die groter is dan het fysische geheel. Rotterdamse industrialisering en gentrificatie. De Vlaamse grondstroom, afgetapt van het oubollige Belgiekske nikske. Belgrade Waterfront op de  plaats van een rokerige kafana. We zijn slechts passanten die wat aan het weefsel trekken.