Normaal zijn het trollen op het internet die ons terecht wijzen als we hier onnozelheden schrijven, deze keer waren het de Lambrini Girls die ons in de materiële ruimte genaamd Le Garage een pint in het gezicht kwamen kieperen. Excuses, we wilden gisteren geenszins insinueren dat vrouwen geen stevige mosh pit kunnen organiseren.

Frontvrouw Phoebe Lunny demonstreerde dat punt heel duidelijk door het eerste deel van het optreden vanuit het publiek te zingen en gitaar te spelen, terwijl ze mosh pits, circle pits, sit downs en jump ups organiseerde. Ze hield strak de controle over het chaotische geheel, als een geboren manager, en kanaliseerde woede over sociaal onrecht in slogans en catchy punkrock-songs.

LGBTQ-rechten, de bescherming van de autonomie van het vrouwenlichaam of de overdreven focus van de muziekindustrie op mannen, het waren maar enkele onderwerpen die aan bod kwamen. JK Rowlings mocht voorspelbaar als pispaal dienen in Terf Wars. Mooier was het moment waarop ze getuigen zocht, en vond, die in het publiek “I am a queer legend” wilden roepen in de microfoon. Een positieve boodschap van een wilde bende jonge feministen uit Engeland, dat was de ideale energiebooster om de laatste dag mee te beginnen!

Onze happy place op dit festival is Le Rockamadour: altijd een vrolijk sfeertje rond die DJ-booth daar, en met de voetjes in het zand en een pint in de hand waanden we ons daar weer telkens in een of ander ver zonovergoten oord. Wie heeft vliegtuigen nodig om te reizen als je muziek hebt? Het Moonshine collectief declameert zich “post-border”, en hun San Farafina maakte van Le Rockamadour een Congolese underground-club. Nummers als Rythm is a Dancer werden bijna onherkenbaar gemengd met Afrikaanse percussie. Iemand speelde op trompet, en ook zeeschelp, om het geluid wat aan te vullen, maar dat was niet nodig, de dansmuziek was rijk genoeg. Er stond nog Pierre Kwenders, uit dezelfde stal, geprogrammeerd, maar daar stonden alternatieve programmakeuze’s tussen.

De keuze voor Yaya Bey, bijvoorbeeld, die overduidelijk vermoeid van het touren, in Le Labo nog een laatste concert moest geven voor ze naar huis mocht. Ze telde de minuten af, en nog nooit was iemand zo gelukkig dat haar eigen concert voorbij was. Nochtans stal ze met dit optreden ons hart, want de oprechtheid waarmee ze op het podium stond, en de serieux waarmee ze desondanks haar ziel uit het lijf zong, verdienden een mooiere plaats dan deze uithoek van dit festival, dat eigenlijk geen plaats meer heeft voor stille muziek en subtiele nuances. September 13th ging over een hartbreuk, en je had maar enkele seconden van haar stem nodig om volledig mee te voelen, om er zeker van te zijn dat de partner die haar leed had aangedaan een schoft was. Heel, heel mooie soulmuziek, die we de liefhebbers alleen maar kunnen aanbevelen.

2017, 2019 en nu 2023. Dat zijn de jaartallen waar Damso op Dour stond. Van bij het begin veroorzaakte hij hier stormlopen, en nu hij eindelijk op het hoofdpodium mocht, was het ook daar te klein. Zelfs op het podium was er onvoldoende plaats voor meer dan zijn ego, een microfoon en wat vlammenwerpers. De beats werden dan maar aangeleverd vanop een verborgen mengtafel.

Een drone cirkelde rond hem, zoals de Franstalige rapmuziek dat tegenwoordig doet. De man had eigenlijk weinig om handen, elke halve titel van een song die hij aankondigde werd door iedereen direct meegerapt, van begin tot eind. Wij zagen het graag aan, maar moeten toegeven dat ‘s mans oeuvre aan ons voorbij is gegaan, al die jaren. Dat we zondag geen aanknopingspunt vonden met zijn muziek ligt, de verkoopcijfers liegen niet, volledig aan ons.

We hadden misschien beter voor Lander & Adriaan gekozen, want bij het passeren van die hun optreden bleek dat ze zich midden in Le Labo hadden opgesteld en een ferm feestje aan het bouwen waren. We waren onderweg voor een ander ferm feestje, van het Franse La Femme. Toegegeven, dat nummer van Meetsysteem hebben we frequent horen passeren op de jukebox in ons hoofd.

La Femme, dat is de Franse surfpunkpop-versie van Hooverphonic, het rock’n’roll broertje van Nouvelle Vague: de band bestaat in essentie uit mannen, en vrouwen worden met een contract van bepaalde duur binnen gehaald om wat in te zingen, mee te dansen en het geheel van een mooie, maar altijd inwisselbare front te voorzien. Als ze geluk hebben kunnen ze achteraf een eigen carrière uit de grond stampen, zoals Carla Luciani of Geike, al zal die laatste getuigen: dat is niet altijd even gemakkelijk. Misschien moest iemand die Lambrini Girls maar eens inlichten.

Wat viel er in essentie op aan te merken? Alles zag er goed uit, met stijlvolle visuals, mooie kostuums, een uitgekiende podiumopstelling en songs waar geen standbeeld op kan stil blijven staan. Maar alles klonk inwisselbaar, en bij elke eerste noten dachten we “Ah! Eindelijk spelen ze Sur la planche 2013”, het enige lied van de band dat thuis echt grijsgedraaid is. Maar het duurde tot bijna op het einde voor het ook echt om dat nummer ging, en toen was het tijd om door te gaan.

Want de hoofdbrok van vijf dagen Dour, de naam waar geen muziekliefhebber om heen kon, het konijn uit de hoed waarmee Dour exclusief uitpakte was: (breakdrumrol) Aphex Twin. De artiest is zuinig met optredens, om het zacht uit de drukken (we komen uit op een gemiddelde van net geen zes per jaar in dertig jaar carrière, waarvan één keer op Dour).

Desalniettemin mocht ook voor het ergste worden gevreesd: de man is geen crowd pleaser, en durft al eens zo compromisloos uit de hoek komen dat het afstotelijk werkt. Dat was allemaal nodeloze angst. Aphex Twin had zich uitgesloofd voor Dour. Hij had negen extra schermen meegenomen, waarvan drie in kubusformatie boven zijn hoofd hingen. Hij had zijn huiswerk gemaakt, en mixte enkele referenties aan klassiekers uit de Belgische dansmuziek in zijn set (we herkenden The Fashion Party van The Neon Judgment, en flarden van New Beat songs die we na al die jaren niet meer kunnen benoemen).

Gebroken beat per gebroken beat bouwde hij meer Aphex Twin in zijn set, door middel van nummers als (dank u Shazam) Jealous Type van Shinra Knives, een Parijs producer die overduidelijk schatplichtig is aan de grootmeester. Hieruit bleek dat Aphex Twin geen eigen nummers nodig had om een set op te bouwen die helemaal eigen klonk: zowat iedereen op elk ander podium van dit festival was schatplichtig aan hem, en iedereen had vijf dagen lang onder een of andere vorm zijn muziek geëchood. En naar het einde toe overklaste hij allen door auditieve limieten op te zoeken, door richting noise te gaan. Zaten er eigen nummers tussen, onderweg? Wie zal het zeggen.

De keurstempel kwam ergens halverwege, in de vorm van beelden van Belgische helden, die zoals in de legendarische Windowlicker-clip het bebaarde gezicht van Richard D. James kregen opgeplakt. We zagen Jacques Brel, Eddy Merckx, Axelle Red, en vele anderen, maar het was toch vooral het beeld van de hardrocker Helmut Lotti met dat baardige Aphex Twin-smoel dat nog lang op ons netvlies zal geprint staan.

Dit was met de vingers in de neus het allerbeste optreden van Dour, van het jaar, misschien zelfs van het decennium, en we dulden geen tegenspraak. De anders zo publiekschuwe man nam foto’s van de om meer roepende menigte, maar het was onverbiddelijk voorbij. Misschien krijgen we over dertig jaar of zo nog eens een kans om een show van hem te zien. Aftellen naar Dour 2053!

Geschreven voor daMusic