De eerste hooikoortsperiode is voorbij, en de tweede voel ik aankomen. Zou dat daar de lente kunnen zijn?
In ieder geval is er de vermoeidheid van een lange winter. Net uit een drukke werkperiode komen helpt natuurlijk niet. Releases voor Tomorrowland en Ticketmatic waren de belangrijkste werven deze maand.
Gelukkig was er ook wel wat plezier. Een zondagje naar Despacio gaan bijvoorbeeld. Ik was al op voorhand fan, dus de verwachtingen waren hoog. En ik heb me stevig geamuseerd. Op zaterdag was er veel kritiek over het feit dat weinig mensen dansten, maar op zondag viel dat goed mee. Ik denk dat vooral veel Gentenaars met de verkeerde mentaliteit zijn gekomen.
Binnenkort is het BRDCST-festival. Dan mag ik ook een weekendje me onderdompelen in niks dan muziek en schrijven over muziek. Ik heb een interview gedaan met Kurt Overbergh, en dat was een aangename babbel. Misschien dat ik dat straks eens uitschrijf.
Er waren wel meer concerten: van Roísín Murphy schreef ik een verslag, van The Smile in Vorst Nationaal niet. Eigenlijk zou ik beter eens een lijst aanleggen met alle concerten waar ik naartoe geweest ben, zou kunnen handig zijn voor mijn lijstjes op het einde van het jaar.
Ik was ook onder de indruk van een boek: The Grapes of Wrath. Van boeken houd ik wel een lijstje bij, maar ik lees zo weinig dat het gemakkelijker is natuurlijk.