Er hing iets moois in de programmatie van Gent Jazz op 2 juli. Natuurlijk stonden de namen van Miles Davis en John Coltrane overal in de verf, allebei zouden ze dit jaar honderd zijn geworden, maar het festival bleef niet hangen in nostalgie. Integendeel. Naast de eerbetonen kregen vooral muzikanten van vandaag de ruimte om te tonen dat jazz nog altijd vooruit beweegt.

De eerste echte mokerslag kwam van Lakecia Benjamin. Na twee melodieuze, funky nummers grapte ze dat we eigenlijk op het “Ghent Funk Festival” zaten, en eerlijk: ze had een punt. Met orgel, bas, drums en haar vlijmscherpe sax bracht ze een set die tegelijk vinnig en speels was. Ze schakelde moeiteloos tussen razendsnelle solo’s en rapstukken. Sneller dan Kendrick Lamar, leek het wel. Het was een van die concerten waarbij je bijna spijt krijgt dat je op een stoel vastzit.

Het Belgische BODEM vormde daarna een mooi contrast. Sax, klarinet en vooral gitaar kleurden een dromerige set die ergens tussen jazz en psychedelica zweefde. Minder uitbundig, maar precies daardoor een aangename adempauze.

Daarna was het tijd voor een levende legende. Stanley Clarke N•4EVER bewees opnieuw waarom hij een van de grootste bassisten ooit genoemd wordt. Zijn spel was verbluffend en de energie deed me geregeld denken aan het Art Ensemble of Chicago: virtuoos, explosief en voortdurend in beweging. De band draaide allerminst alleen rond Clarke. De gitarist en saxofonist verzetten serieus wat werk, terwijl ook de pianist geregeld mocht schitteren. Een versie van Charles Mingus’ Goodbye Pork Pie Hat, opgedragen aan Lester Young en New York, behoorde tot de hoogtepunten.

Toch zat er ook een keerzijde aan zoveel meesterschap. Een ellenlange bassolo, waarbij de andere muzikanten bewonderend stonden toe te kijken, verloor onderweg mijn aandacht. Virtuositeit alleen is niet altijd voldoende. De bis maakte gelukkig veel goed: Clarke gebruikte de staande ovatie slim om nog één funky uitsmijter te lanceren, waardoor het publiek eindelijk uit de stoelen kwam.

Het Brahja Trio, een New Yorkse groep op een Belgisch label, bracht vervolgens een van de meest hypnotiserende sets van de dag. Een eenvoudige repetitieve groove van contrabas en drums vormde de basis waarboven de saxofoon vrij kon zweven. Soms hoeft jazz niet ingewikkeld te zijn om te werken.

Het project rond Miles & Trane liet vervolgens vooral de muziek spreken. De bezetting met trompet, gitaar, sax, bas en drums koos niet voor letterlijke kopieën maar voor een vloeiende, respectvolle interpretatie van het repertoire. Toen Ravi Coltrane het podium opkwam, veranderde de sfeer meteen. Zijn warme, ingetogen toon gaf het concert een extra dimensie. Flamenco Sketches, waarvan Herbie Hancock ooit de titel bedacht, kreeg een bijzonder mooie uitvoering.

Niet alles hield dezelfde spanning vast. Een lange drumsolo leek het slot van een nummer eindeloos uit te stellen. Opvallend was ook hoe aandachtig en misschien wel het meest “opgeleid” het publiek leek, terwijl ik rondom mij evengoed mensen zag indommelen of op hun smartphone kijken. Misschien zegt dat evenveel over de concentratie die deze muziek vraagt als over de hedendaagse festivalbezoeker.

En toen moest de reis eigenlijk nog beginnen.

De Sun Ra Arkestra sloot de avond af zoals alleen zij dat kunnen: als een ceremonie ergens tussen concert, ritueel en sciencefiction. Onder leiding van Marshall Allen en met Knoel Scott als kosmische ceremoniemeester werd het publiek meegenomen naar een universum waar New Orleans, Chicago en Saturnus moeiteloos naast elkaar bestaan.

Met drie drummers, contrabas, een batterij blazers, gitaar en piano ontstond voortdurend het gevoel dat iedereen tegelijk een solo kon inzetten, zonder dat het ooit chaos werd. Ballads met prachtige samenzang wisselden af met uitzinnige passages waarin saxofonisten elkaar opjoegen tot steeds hogere intensiteit. Een intiem duet tussen sax en piano bracht even rust, waarna de trein opnieuw vertrok richting outer space.

Natuurlijk passeerden klassiekers als Space Is the Place, maar evengoed was er ruimte voor gospel, swing en humor. Op een bepaald moment werd een nummer aangekondigd als afkomstig van “het album van een 106-jarige die ontspant in Philadelphia met zijn vriendin”. Bij de Arkestra weet je nooit waar de grap eindigt en de mythologie begint.

Rond 23.40 uur leek het concert eindelijk af te ronden met Space World, maar het publiek bleef het refrein nog minutenlang verder zingen en klappen. Alsof niemand echt terug naar de aarde wilde.

Dat typeerde misschien wel de hele festivaldag. Gent Jazz vierde de geschiedenis zonder erin te blijven steken. De legendes kregen hun eer, maar het waren vooral de muzikanten van vandaag die bewezen dat jazz nog lang niet is uitverteld.