In het naar binnen komen zaten twee Vlamingen voor de fietsparking, al moe nog voor de dag was begonnen. Ze hadden de fietsparking moeilijk gevonden. Het is waar, die is minuscuul in vergelijking met de bewaakte fietsparkings die we zien op de Vlaamse festivals. Maar steeds meer Vlamingen lijken de weg naar Dour te vinden, en dat is maar goed ook.

Als we een handje kunnen helpen met onze verslaggeving dan doen we dat. Nog altijd proberen we ons te wagen aan Franstalige muziek, maar dat was zaterdag met vallen en opstaan. In de vroegere uurtjes verkende (bg) de namiddagprogrammatie, die hier systematisch weinig volk te been brengt.

Wel veel volk was er bij Bigflo & Oli kijken, twee rapbroers uit Toulouse die de gouden platen aaneenrijgen. Ze hadden een hele strandbar gemaakt van het hoofdpodium, met een hele live band die deed denken aan zonnige vakantieoorden. Hun thuisstad ligt niet helemaal bij de zee, maar ook niet zover af, en Spanje was hoorbaar nabij.

We waren goed in de sfeer aan het komen met vrolijk klinkende nummertjes zoals opener Papa, deels in het Spaans gerapt. Toen we hun teksten nalazen achteraf viel op hoe wrang die soms zijn, in tegenstelling tot wat de vrolijke mariachi-begeleiding live liet vermoeden.

Ze vermeldden met veel zelfkennis dat het publiek in twee groepen kon verdeeld worden: de fans, en degene die waren meegekomen met de fans, met de gedachte: “waarom niet”. Een ferme regenbui zette kort nadien die tweedeling op scherp, en we vluchtten weg naar een droge tent. Tot zover onze kennismaking met Bigflo & Oli.

Mike Skinner van The Streets repareerde daarna het mooie weer. Dat beweerde hij zelf: “I control the weather!”, en daar leek het echt op, want hij stond er onder een stralend zonnetje. We moeten het de man nageven, sinds hij The Streets terug in leven riep werkt hij vrolijk een concert na concert af met een nuchterheid en enthousiasme dat respect afdwingt. Van in het begin zocht hij het publiek, installeerde zich zo dicht mogelijk, en ver van zijn band, op de catwalk, om constant te kunnen interageren. Hij zag wat er gebeurde in het publiek, maakte zich zorgen bij kleine voorvalletjes, toonde bewondering voor iemand die kon rechtstaan op de schouders van iemand anders, vroeg (en kreeg) een pak friet met mayonnaise, en leende een opblaasbare banaan die hij als attribuut gebruikte tijdens de hele show.

Hij zocht het muzikaal ook niet verder dan nodig: de meeste songs kwamen nog altijd uit de legendarische platen die hij geschreven heeft, ‘Original Pirate Material’ en ‘A Grand Don’t Come for Free’, beiden ondertussen al meer dan twintig jaar oud. Maar wie zal bezwaar aantekenen bij het terughoren van die fantastische songs? Wij in ieder geval niet, en we werden voor de elfendertigste keer geraakt door Dry Your Eyes, we gingen uit onze bol op Don’t Mug Yourself, we genoten van Let’s Push Things Forward.

En telkens is Mike Skinner klaar voor een stunt. Deze keer beloofde hij om al crowdsurfend de geleende opblaasbanaan terug te brengen, en op een of andere manier over de immens brede middengang te geraken. Hij stelde de security voor de keuze: helpen jullie me erover, of vraag ik het aan het publiek? Security stak enthousiast een tandje bij, en hielp hem over “het kanaal” zoals hij de middengang had herdoopt. Dat alles op de tonen van het uitstekende Take Me as I Am, een recenter nummer dat hij samen met de Britse DJ Chris Lorenzo maakte.

We hadden ons voorgenomen om toch minstens één keer in de Balzaal te komen. Waar is het ergens misgelopen tussen die zaal en ons, dat we er bijna nooit meer komen? In het begin dat er een speciale zone was voor DJ’s waren we enthousiast, maar sindsdien lijken die sets onaantrekkelijke bronnen van mechanische, ongevariëerde muziek. Als het drum’n’bass is, dan is het gedurende twee uur drum’n’bass, en als het techno is, dan is het gedurende twee uur techno. Waarom mixen die artiesten niet eens een knipoog naar wat elders op het festival gebeurt in hun set? Het lijkt of al die DJ’s zichzelf veel te serieus nemen.

In ieder geval vertegenwoordigde Tsha het soort muziek waar we ons het gemakkelijkst op uitleven: funky house muziek, die het midden hield tussen Chicago house en funky discomuziek. We herkenden samples die al jaren meegaan (“check this out”), en we hoorden een song die wel erg leek op Green Velvet’s La La Land, maar vonden dat een plus. Ergens begrepen we terug de allure om zich tijdens een festival een paar uur onder te dompelen in repetitieve beats, in een mooie setting, want dat was het daar toch, met die veelkleurige LED rond de immense dansvloer. Op het einde speelde Tsha nog een eigen productie, een aan Gil Scott-Heron refererende variatie op “The revolution will not be televised”, maar dan geupdate over sociale media. We niet zoveel referentiepunten meer, maar voor ons was dit een leuke DJ set geweest.

Daarna was het even zoeken naar iets wat ons interesseerde. We passeerden bij Parcels, maar dat klonk te mak, ook al was hier duidelijk veel volk op afgekomen. We namen een stukje van Vaague mee, maar diens concept van live meedrummen met een beetje elektromuziek was iets te mager. Uiteindelijk parkeerden we bij Max Cooper’s live show, aangetrokken door de funky drum’n’bass die hij speelde toen we binnenkwamen (we moesten nog eens aan Roni Size denken), en door de spectaculaire visuals. Ook de muziek was super, en gevarieerd.

Daarna was het kiezen tussen Dame Area, Kelly Lee Owens en de groep die het meeste buzz leek te verzamelen: Ascendant Vierge. Zonder enige voorkennis volgden we uit nieuwsgierigheid de meute Fransen die hier allemaal opgewonden over geraakten. Maar in de tijd dat we wachtten op de opbouw van wat een indrukwekkend podium leek te gaan worden lazen we dat dit een combinatie was van een zangeres die zingt in de stijl van Mylène Farmer en harde gabbertechno.

We begonnen te vermoeden dat we een verkeerde keuze hadden gemaakt, en effectief, we hebben het slechts drie nummers volgehouden. De overdreven dramatiek van de frontvrouw, gecombineerd met de macho attitude van de DJ werkte op de zenuwen en de lachspieren tegelijk. Ook al leek het gros van het publiek de nummers woord voor woord vanbuiten te kennen, hier waren we in onze verkenning van de Franse cultuur aangekomen op een onoverbrugbaar spagaat, de grens van onze goede smaak.

Terug naar Kelly Lee Owens dan maar, die het beste van zichzelf gaf voor een bijna leeg La Petite Maison dans la Prairie. Hoe kwam het dat zelfs zo laat op de avond artiesten zoals zij, met toch een deftige reputatie, nog altijd weinig publiek vinden op dit festival? KLO liet het zich niet aan het hart komen en mixte vol enthousiaste zware technonummers door elkaar. We zijn benieuwd naar de vergelijking met Charlotte De Witte, die hier op zondag allicht gelijkaardige muziek zal draaien, voor wat een veelvoud van mensen zal zijn.

Afsluiten deden we met de vinylplaten van DJ Marcelle. Hier was iemand die wars van alle trends al jaren bij de essentie van het DJ’en is gebleven: goede plaatjes spelen. Het maakte niet uit uit welk werelddeel, het hoefde niet vlekkeloos gebeatmatcht zijn, het draaide om de liefde voor muziek.

Haar set ging onverwacht richting gabber, maar het is dan ook typisch haar om nooit voorspelbaar te zijn. Het deed deugd ook om te zien dat zij Le Labo vol had gekregen met enthousiastelingen. Op het einde was er geen plaatje van The Fall, zoals ze dat dikwijls speelt, maar een dubplaat die in een loop scheen vast te zitten. Ze kwam nog in de front haar platen verkopen, maar bijna niemand had nog cash bij, al was het enthousiasme groot. Ze geeft die platen uit onder de naam “Another Nice Mess”, en dat was het inderdaad ook geweest.