Kwamen we niet naar Dour om de Franse cultuur van onze buren beter te leren kennen? Dan kun je natuurlijk niet om La Femme heen, een instituut vergelijkbaar met Hooverphonic in België, een nationaal project met internationale uitstraling, en een springplank voor vrouwelijk talent. Ze hebben ondertussen een tiental zangeressen/danseressen zien passeren.
En daarmee zijn we meteen bij het voornaamste bezwaar dat we tegen de groep hebben. We schreven het ook al twee jaar ,geleden, maar waar we er toen op afknapten konden we er ons deze keer wel overzetten en amuseerden we ons ferm. Het hielp allicht dat de zon scheen, dat sloot mooi aan bij de surfrock van de band, en dat we omringd waren door jonge Franstalige fans die van vele nummers de tekst woord voor woord konden meezingen.
Alles werd ook geserveerd met een sappige dosis humor en enkele referenties naar de rockgeschiedenis, zoals de “hey ho, let’s go” van The Ramones in Foutre Le Bordel. Of wat te denken van de “woo, woo”-referentie aan Sympathy For The Devil van de Rolling Stones, in I Believe in Rock and Roll. Dat was trouwens een hilarische afsluiter, met een zangeres die devoot neerknielt, en een tamboerijn dat als aureooltje achter haar hoofd werd gehouden.
We vervolgden met een stuk Carpenter Brut, volgens de begeleidende tekst “donkere en rijke synthwave, geïnspireerd door death metal”. Wat we te zien kregen leek op een karikatuur. De gitarist stond in wijdbeense pose met het lange haar wapperend in de windmachine. In het midden stond Carpenter Brut achter zijn synthesizers, een zonnebril op, duivelshoorntjes te maken in de lucht. Misschien was het om te lachen, maar grappig was het niet. In de muziek werd dat niet goedgemaakt, met songs die zwalpten tussen Daftpunk van de Aldi en Nine Inch Nails van de Lidl.
Van Marie Davidson hadden we nog iets te goed, we zagen haar vorig jaar op Boomtown met iets wat twijfelde tussen een DJ-set en een live optreden, en dat was een makke bedoening geweest. Hier daarentegen! Van bij het begin van de set tot op het einde gaf ze haar alles in Le Labo. Moederziel alleen stond ze afwisselend achter haar mengtafel en op de dranghekken voor het publiek, te zingen met een indrukwekkende energie die leek te komen uit een noodzaak om stoom af te laten. Dat doet ze systematisch in haar muziek: innerlijke demonen bedwelmen door ze te benoemen en bespreekbaar te maken. De zware technobeat als mentale catharsis. Het bracht ons volledig in vervoering.
Ze stuurde ons weg met Work It, natuurlijk, dankzij de 2manydj’s remix haar enige hit, maar gaf nog mee: in tegenstelling tot wat mensen soms denken is dit geen ode aan kapitalisme, maar een waarschuwing ertegen. Werk aan jezelf, werk voor een betere wereld, werk tegen kapitalisme, zeker in deze politiek wrange tijden.
Wie daar ook hun levenswerk van maken? Lambrini Girls, ook al twee jaar geleden hier op dit festival, en ondertussen onvermoeibaar op kruistocht om de wereld een geweten te schoppen tegen TERFs, en voor vrouwenrechten. Ze ontketenden al direct een moshpit, met de handleiding erbij: wat doen we als een vrouw valt in de moshpit? We stoppen en we helpen ze recht. Zak allemaal door de knieën, behalve degene die om één of andere reden niet kunnen hurken, daar zijn we tolerant voor (doktersbriefje ingeven na de voorstelling). En PALESTINE SHOULD BE FREE. Het was vermakelijk en simplistisch. Op een moment verdeelde frontvrouw Phoebe Lunny het publiek in tweeën, een helft moest zich inbeelden dat de andere helft de politie was, en wat denken we van de politie? Het publiek begon “Tout le monde déteste la police” te scanderen, maar dat was iets te gevorderd Frans voor de Lambrini Girls. Schouderophalend beukten ze dan maar verder met de punkrock.
Nog een weerkerend nummertje tijdens de set van de Lambrini Girls is de rondvraag om “I am a queer legend” te schreeuwen onder leden van het publiek. Wij gingen verder naar de échte queer legend hier vandaag: FKA Twigs. Van bij het begin was het duidelijk dat het hier geen doordeweeks optreden zou worden, maar een kruising tussen een modeshow, een dansperformance en een playbackshow. In drie hoofdstukken werden beelden geschept waar vast meer studiewerk aan te pas was gekomen dan die afgebrande main stage van Tomorrowland.
In het begin bijvoorbeeld, dat corset met gehouwen tieten, dat was toch een referentie aan Madonna? En dat dansen op die stoeltjes, in het midden van de set, was dat dan een referentie naar Anne Theresa De Keersmaeker? En die paar keren dat FKA Twigs paardje reed op de knie van een van haar dansers, was dat dan Pina Bausch?
Misschien zoeken we het te ver, maar wie dacht dat dit een grensverleggende performance was heeft zijn recente kunstgeschiedenis niet ingestudeerd. En constant leek de muziek een noodzakelijke bijzaak. De man achter de laptop kwam slechts af en toe op een knop duwen, en was grote delen van de show afwezig. En zelfs als je FKA Twigs hoorde zingen was ze soms gewoon aan het dansen zonder microfoon of de minste mondbewegingen. Haar ijle stem was ook eerder onaangenaam om naar te luisteren, zeker als ze de hoge tonen probeerde aan te houden.
We vonden er niks aan. De beats klonken soms vernuftig, de show was tot in de puntjes geënsceneerd, en FKA Twigs wordt vast een grote ster - maar niet voor ons. De visuele anticlimax kwam tijdens dat stuk paaldansen, waarbij we ons vooral stonden af te vragen: waarom in godsnaam? De genante anticlimax was de zogenaamd spontane liefdesverklaring aan FKA Twigs van een van haar dansers. En de auditieve anticlimax was slotnummer Cellophane, een intieme ballad die tergend lang uitliep. Toen ze op het einde geëmotioneerd het publiek in keek, bleef vooral ongeloof hangen. Deze show hoorde eerder thuis in een glossy modemagazine dan op een muziekpodium.
Gelukkig was er nog Snapped Ankles, van wie we het laatste half uur nog meepikten. Ze hadden op Glastonbury de allerlaatste show van het festival gedaan, voor een oververmoeid publiek. In Le Garage vonden ze een enthousiaste (zij het kleine) bende toeschouwers die volledig uit hun bol gingen. Twee synthesizers, een drummer en een energieke frontman is al wat deze band nodig had om een opzwepend geluid neer te zetten dat zijn gelijke niet kent. Ze combineerden de energie van LCD Soundsystem, de punkattitude van The Fall en het paganisme van Coco Rosie in een krachtig muziekpakket. Links van het podium stond een spandoek met de leuze “Hard Times Furious Dancing”, en dat was helemaal de waarheid. Het contrast met FKA Twigs kon niet groter zijn, onze appreciatie ook niet.