Maya Mertens, alias Vieze Meisje, staat op het punt haar eerste volwaardige plaat, ‘CUT COPY GUT’, uit te brengen. We spreken af op een bankje langs de Brusselse Anspachlaan, met een koffie erbij. Ze is het nog niet gewend om interviews te geven over een album — “Het voelt alsof ik zelf nog moet ontdekken wat er gebeurd is.”

Maya Mertens: Ik ben in de eerste plaats performer, en werk intuïtief. De nummers op mijn EP’s waren vooral registraties van wat al op het podium had geleefd. Voor het eerst maakten we muziek die nog nooit het podium had gezien. Het kon dus nog alle kanten op.

Had je daar zin in of is dat toevallig zo gekomen?

Ik wilde dat wel eens proberen, ja. Het voelde een beetje als een nieuwe taal die ik moest leren spreken.

Als performer gebruik ik een soort grid van tekst- en muziekmateriaal, en krijgt dat in het moment een leven, afhankelijk van het publiek en de situatie. Nu wilde ik het wel eens andersom doen, en in de studio nummers afwerken.

Maar dat was wel een grappig proces. Elke keer je zo’n nummer opnieuw beluistert, kijk je er weer anders naar. Op een zeker moment ontstond er een kern-DNA van een nummer, dat alsnog spontaan kwam, en dan moest dat bijgeschaafd worden tot iets waarin dat kern-DNA tot zijn recht kwam, maar wel altijd zo zal blijven klinken.

In tegenstelling tot de nummers van vroeger die al gepolijst werden door herhaalde live performances?

Ja, en gespekt door ervaringen die ik heb gehad tijdens die performances. Dat gaf dan een duidelijker idee over waar het naartoe moet.

Nu was het eigenlijk een soort van beeldhouwen. Ik kon niet telkens in de studio toekomen met een nieuw idee.

Je merkt dat ik er alleen in abstracte termen over kan praten. Het is nu al een tijdje af en het moet nog uitkomen, maar ik vind het wel leuk dat ik mezelf verras als ik het terug hoor. Omdat het alsnog een momentopname is, eigenlijk, nu zou ik al iets anders maken.

Dus als je nu terug live optredens gaat doen met het nieuwe werk worden de nummers al direct anders?

Ik denk dat dat eigen is aan Vieze Meisje. Het heeft zijn voor- en zijn nadelen: je kunt altijd iets anders verwachten, maar de keerkant van de medaille is dan dat je ook niet weet waar je op kunt rekenen. In juni gaan we in residentie in Volta, en wat we daar gaan doen zullen allicht spin-offs zijn van de aanzetten die op de plaat staan.

Net daarom blijft performen voor mij altijd boeiend om te doen. Je neemt een element maar je laat ook de interactie van het publiek de avond bepalen. Soms is het onwennig, maar soms zitten de mensen al hoog in hun energie en dan zet ik nog iets hoger in.

En ondanks dat alles wou je toch een plaat maken?

Het eenvoudige antwoord op die vraag is natuurlijk als muzikale artiest is het fijn om iets te hebben wat ook een leven leidt als je niet in levende lijve op het podium staat.

Hoe sterk zal de nieuwe plaat verschillen van je vroeger werk dat op EP werd uitgebracht?

Ik denk dat het abstracter is, in tekst en in muziek. Vroeger zaten we dichter bij conventionele strongstructuren. Nu was dat geen ambitie meer om daaraan te voldoen.

Dus geen toegevingen aan de commercialiteit?

Nee, dat is niet gelukt. De insteek was om iets te maken wat we zelf wilden maken. Doorheen het live spelen van de eerste EP ging onze interesse’s meer en meer naar improvisatie uit, en naar de experimentelere elementen in onze nummers. Dus we hadden zin om dat ook op plaat te doen. Op een gegeven moment dacht ik, misschien kunnen we dit toch nog in een mal duwen die herkenbaarder zou kunnen zijn voor een groter publiek, en twee vliegen in één klap vangen. En dan hebben we dat spoor weer helemaal losgelaten, anders zouden we het beestje verloochend hebben. Dat voelde niet eerlijk.

Dus belandde je terug bij het beginpunt. Hoe toepasselijk, het is een cirkel geworden.

Ja. Eerst hebben we het helemaal over een ander boeg moeten gooien om terug bij ons initiële idee aan te belanden.

Je spreekt over “wij”. Vieze Meisje zijn echt Maya en Alan (Azertyklavierwerke) samen?

Onder de naam Vieze Meisje doe ik ook poëzie en beeldend werk. Maar muzikaal is Azertyklavierwerke al vijf jaar mijn vaste partner — dus wordt het automatisch ‘wij’.

Bij de eerste EP kwamen de demo’s nog echt van mij, maar nu hebben we samen zitten jammen met de recordbutton aan en zijn we op elkaar gaan inspelen, en zo zijn de nummers tot stand gekomen.

Hoe ben je in Brussel beland?

Ik kom uit Amsterdam en ben gaan studeren in Antwerpen en ben eigenlijk in België blijven steken. Maar dan wel in Brussel, dat is slechts vijfenveertig minuten afstand, maar toch een heel andere wereld die ik nog niet doorgrond heb. Dat is een fijne omgeving om in te creëren.

Het is hier helemaal anders dan Amsterdam, ook al is dat ook een interessante hoofdstad met een rijk cultureel aanbod. Maar het is in die jaren dat ik weg ben geweest toch in een soort Disneyland geëvolueerd en dat kan ik niet betalen, en dat vind ik ook niet zo’n interessante omgeving. De lokale kroegjes en kraakpandjes verdwenen een voor een en werden allemaal franchises en nutella-shops.

Heb ik het juist als ik denk dat er vanuit een persoonlijk perspectief toch een stuk politiek door in je teksten doorklinkt?

Ik vind het niet interessant om het expliciet over politiek te hebben. Ik probeer te vertrekken vanuit het hyperpersoonlijke, en ik kies wel dingen waarvan ik vermoed dat ze kunnen resoneren bij meer mensen. Maar het contrast tussen iets heel specifiek en iets breders vind ik spannend. Letterlijkheid zoek ik daar niet graag in op.

Het zal bijvoorbeeld nooit letterlijk over Palestina gaan, al vind ik dat uiteraard wél een heel belangrijk onderwerp.

Vanavond sta je alleen op een podium denk ik, dat is zonder muziek?

Ja, ik doe mee aan een expo van veertig vrouwelijke beeldende kunstenaars. Ik lever een immaterieel werk in, dat is dus mezelf, en ik maak a capella rants van ongeveer drie minuten klanken of woorden. Ik ga dus graag multidisciplinair.

Als je bevriende muzikanten spelen sta je dikwijls zelf in het publiek. Is dat belangrijk?

Het is de werkelijkheid natuurlijk. Mijn vrienden inspireren me, en we houden elkaar scherp. Ik ben wel aangetrokken tot mensen die iets zoeken, die iets proberen. Dat zijn doorgaans de mensen die niet muziek maken die goed klinkt, maar mensen die muziek maken die als henzelf klinkt. Dus ik prijs me gelukkig dat ik verschillende mensen ken die zo bezig zijn.

Hoe is het als je teruggaat naar Amsterdam, beland je daar in een gelijkaardige scene?

Nee, daar ben ik echt een exotische vogel. Mijn hele muzikale ontwikkeling heeft zich toch hier voltrokken, dus als ik daar terug naartoe trok heb ik opnieuw moeten kennismaken eigenlijk. Het zit natuurlijk wel in mijn DNA, ik ben daar als stadskind opgegroeid dus kan me er nog altijd mee identificeren. Het is ook een groot onderdeel van mijn interesse voor de stadsmens. Dus dat is wel een warme band, maar ik zou er graag nog meer optreden. Aanvankelijk had ik niet gedacht dat mensen hier zouden geïnteresseerd zijn in mijn Amsterdamse klap, dus als het hier lukt dan zou het in Nederland toch ook moeten lukken.

Waarover gaat Sterk Water?

“Sterk water” verwijst naar alcohol, maar ook naar het idee van bevroren tijd, zonder oorzaak of gevolg. Daar gaat het nummer over: even ontsnappen aan consequenties.

De videoclip heb ik samen met enkele vrienden geproduceerd. Het speelt zich af in mijn kelder met een oude camera, een iPhone en twee flessen natuurwijn. Het wordt een duister feestje.

Veel meer wil ik er niet over zeggen, er is al tekst, er is muziek, er is beeld. Ik laat graag nog wat interpretatie over aan de ontvanger ook.

Is het gemakkelijk om een nummer zo los te laten?

Op dit moment vind ik het heerlijk. Heel het proces was het tegenovergestelde: vastzitten aan de keuzes die je maakt. Maar nu ze gemaakt zijn, laat ik het los en ik ben heel benieuwd hoe mensen het gaan ontvangen en wat ermee gebeurt. Het is niet meer van mij, dat vind ik heel leuk.

Heb je stress als je dat live voor een publiek moet gaan brengen?

Nee, dat komt vanzelf. En het groeit ook. Soms ga je missers maken, en merk je “dit communiceert niet”, maar daar kijk ik ook naar uit.

Het helpt natuurlijk als er veel mensen zijn, als het goed weer is, als ze eerder al toffe dingen hebben gezien, dan heb je ze al op je hand. Als er slechts een paar zijn en het is een saaie bedoening en het geluid staat niet zo lekker, dan is het ook hard werken om die mee te krijgen, maar ik houd wel van hard werken. En dat kan ook een intimiteit opleveren die spannend is. Ze kunnen er zelf ook niks aan doen dat ze maar met twee zijn en verdienen even hard een moment.

Lukt het ook buiten het Nederlandstalige taalgebied?

Twee weken heb ik in Bagnolet opgetreden, nabij Parijs. Daar is een kleine ruimte die door artiesten wordt uitgebaat. Die hadden een knotsgek programma in elkaar gestoken, met ook enkele andere kunstenaars uit Brussel, zoals Rosie Sommers, die mij heeft meegevraagd.

Daar kwamen een hoop hippe Parisiens naartoe, die ook bleven voor het hele programma. Allicht was er in die buurt anders niks te doen. Ze snapten geen jota Nederlands, maar dat was net leuk. Die woorden maken uiteindelijk minder uit, het gaat dan enkel nog over energie overdragen, via andere vormen dan woorden. Dan improviseer ik ook een beetje naar het Engels en het Frans waar de stukken dat toelaten. Dat geeft dan weer een ander element waardoor je soms merkt “hey, dit werkt wel”. Ik vind dat leuk om doen, dat houdt mijn taal flexibel.

De performance van Rosie en mij waren heel direct naar het publiek toe, en blijkbaar is dat in Parijs niet zo gebruikelijk. Ze stonden echt met een stoïcijnse houding niet te participeren, dus wij kwamen extra op scherp te staan. Dat puristische van de Franse taal breken leek toch iets wat een snaar leek te raken, we kregen er iets exotisch door.

Kun je leven van je kunst?

Als ik het combineer met theater en performance en lesgeven wel, ja. Aan muziek kan ik geen rode cent verdienen, zelfs al zou ik elk weekend op een podium staan. En dat zou ook geen goed idee zijn, want dan komt op den duur niemand meer kijken. Samen met mijn kunstenaarstatuut kan ik wel rondkomen.

In Nederland zijn mijn kunstenaar-vrienden halve ondernemers. Dat zit allicht ook een beetje in hun DNA, maar er is zodanig in de subsidies gesneden dat ze nu wel moeten. Er komt dan ook een heel ander soort kunst uit. Hier is er ruimte voor dat surrealistische, dat natuurlijk in oorsprong heel Belgisch is, maar wat in Nederland niet meer kan. Dat is nog een reden om in België te blijven.

Al zitten we met een paar vrienden die ook het kunstenaarstatuut hebben, sinds ze er hier ook denken om te besparen, soms wel na te denken over wat plan B is.

‘CUT COPY GUT’ komt in oktober uit bij Rotkat Records. Het album wordt voorgesteld op 6 december in de Ancienne Belgique.