Er was een film geweest met muziek van Jozef Van Wissem die we al gemist hadden. En er was een gesprek geweest met de mensen van International Anthem, die vandaag de AB club overnamen, dat hadden we ook al gemist. Colin Stetson had al een keer op het podium gestaan bij Francesco Donadello, ook daar waren we te laat voor. Maar we waren niet de enigen die met wat lome energie op zondag naar de AB kwamen, zo bleek.

In de grote zaal lag iedereen op de grond of zat lui in de zetels, te dromen bij de verstilde pianomuziek van Shida Shihabi. Vorig jaar was ze ook al op BRDCST, toen speelde ze in de kerk. Nu mocht ze terugkomen onder het gastcuratorschap van Colin Stetson. Ze bracht minimalistische composities, begeleid door cello en soms bijna onhoorbare electronica. Behalve voor het laatste nummer, als Colin Stetson erbij werd geroepen en hij met de saxofoon de sfeer naar iets intensere registers duwde.

Stetson was de curator in de hoofdzaal, in de club was alles in het teken van International Anthem. Dit jazz label uit Chicago viert dit jaar zijn elfde verjaardag door terug te blikken op de eerste tien jaar. Daarvoor moest je in de steenstraat zijn, waar albums uit de catalogus werden tentoongesteld op groot uitgespreide panelen. Heel de dag werd opgebouwd rond hun nieuwe paradepaardje SML. Verschillende leden van die band mochten zijprojecten komen presenteren, en dat begon met een set van drummer Gregory Uhlman en gitarist Booker Stardrum, maar daarvoor waren we te laat geweest.

Wat we wel nog zagen was de modulaire synthesizer-tovenaar Jermiah Chiu. Die maakte er een demonstratie van zijn kunnen van en hield de set erg abstract. Slechts uitzonderlijk was er ritme te bespeuren, meestal was het een gaan en komen van geluidjes. Soms was de bron een bestand uit de dictafoonapplicatie van zijn telefoon, op andere momenten waren de geluidjes voorgeprogrammeerd of misschien wel door een module gegenereerd. Je weet eigenlijk nooit wat er aan de hand is als iemand aan zo’n toestel aan die knopjes zit te draaien, maar visueel is het wel een stuk interessanter dan naar de achterkant van een laptop te staren natuurlijk. Hij gaf nog mee dat tijdens de volgende set van SML alle stukjes zouden samenkomen, en raadde aan om dan ook te komen kijken.

Dat noteerden we alvast, maar eerst gingen we kijken naar de grote zaal, waar 10¹⁷ speelde. De naam is een referentie naar de energie die nodig is om een zwart gat te creëren, maar ze zijn er de eenheid vergeten bij vermelden. Typisch kunstenaars natuurlijk, die letten niet op tijdens de les fysica. Hier kwam Colin niet gewoon even een nummer meespelen, nee dit project is een waar hij een vol lid van is, samen met gitarist Stian Westerhus en drummer Erland Dahlen. Toen we binnenkwamen was Colin Stetson van jetje aan het geven op zijn bassaxofoon, een instrument dat bijna even groot en imposant is als de man zelf. Westerhus voegde accenten toe op zijn gitaar, maar verder was het vooral de drum die het geluid bepaalde. Later zong Westerhus ook, toen Stetson zijn sax had ingeruild voor het kleinere, gewone exemplaar. Dat nummer riep herinneringen op aan de jaren tachtig, meer bepaald aan Scott Walker, en werd meer en meer dansbaar in plaats van experimenteel. Spijtig genoeg was iedereen nog altijd blijven zitten op de grond.

Puzzelstukjes zien samenvallen, en een cursus toegepaste modulaire synthesizer, dat hadden we nog tegoed van SML. Jerimiah Chiu maakte een mooie demonstratie van hoe je met dit instrument toch ook een band kunt leiden. Meestal ging dat als volgt: de saxofoon of gitaar legden een basis, door zichzelf te samplen en in lussen te steken, soms minuten lang, tot Chiu alles samen bracht met wat eenvoudige beats of bliepjes die hij uit zijn machine haalde. De drummer zorgde voor de rest, maar bleef in een begeleidende rol. Het gaf soms het gevoel dat je in een geluidsaquarium vertoefde en niet in een gestructureerd stuk muziek, maar het werkte ook soms wel. Op een gegeven moment zagen we hem de drums samplen, maar konden we niet direct een verband maken met het geluid. Tot we het nummer erna hoorden, waarin hij in duet ging met de drummer, en zijn bijdrage de sample te liet botsen en vervormen in dat elektronisch circuit van zijn synthesizer. “Interessant” is allicht het woord dat ze hiervoor hebben uitgevonden.

We hadden nog graag een stuk van Keeley Forsyth gehoord, en volgens het programma had dat nog vijftien minuten gekund, maar toen we binnenkwamen hield ze het meteen voor bekeken. We namen het niet persoonlijk, maar we hoorden wel van vrienden dat het de moeite geweest was. Spijtig dat die overlappingen er waren, dit jaar. In de kerk hadden we ook graag The Handover gezien, bijvoorbeeld, maar we kozen voor Ben Lamar Gay Ensemble die terzelfdertijd speelde.

Op basis waarvan hadden we die keuze gemaakt eigenlijk? We zijn fan van veel dingen die op het International Anthem-label uitgekomen zijn, maar herinneren ons even goed een albumvoorstelling van Angel Bat Dawid in deze zelfde zaal die zonder geestverruimende middelen niet te pruimen was. Ben Lamar Gay’s set was ook geen hapklare brok, en ons geduld was op aan het geraken, en de vermoeidheid begon te wegen. Er waren mooie momenten, bijvoorbeeld een compositie voor zeven bellen, waarbij iedereen met twee bellen in de hand een geluid produceerde. Er was de compositie voor vier fluiten, gelijkaardig, er was de warme stem van Lamar Gay, waarmee af en toe een gospelachtige kleur werd geïntroduceerd, er was de eigenaardige keuze voor tuba als ritme-instrument, en nog wel meer. Maar het was niet coherent genoeg om te beklijven.

Toen de tijd op was ging Lamar Gay nog even door, maar wij gingen snel naar beneden om mooi af te kunnen sluiten met Colin Stetson zelf, die zijn eigen dag mocht afsluiten met een soloshow. Helemaal alleen met zijn twee saxofoons stond hij daar, op dat grote podium, enkel geflankeerd door wat sobere visuals. Hij had daar duidelijk ervaring mee. Bovendien leek hij een beetje pijn niet erg te vinden, zo zei hij tussen twee nummers door, en hij probeerde het te zeggen zonder dat het een seksuele bijklank zou krijgen.

Het feit dat we Colin Stetson plots als toegankelijke muziek aanvoelden zei genoeg over de grenzen die verschoven waren na drie dagen BRDCST. En je kon je vergapen aan de aan het ongelooflijke grenzende technische capaciteiten van de man, alles was namelijk live gespeeld zonder dat er een band meeliep. Maar je kon je ook laten meevaren op de repetitieve, hypnotiserende composities. Hij daagde zichzelf uit met nummers die hij nog nooit live had gespeeld (Malediction), en dat na een hele dag op een podium gestaan te hebben. Twintig minuten voor het sluitingsuur kondigde hij aan dat hij nog net genoeg tijd had voor Strike your forge and grin, een nummer dat volledig werd uitgevoerd op die imposante bassaxofoon. Bereken zelf hoeveel kubieke meter lucht de man heeft verzet. Het klonk als muziek voor vier stoomboten, die als in een sirtaki steeds sneller om een ijsschots begonnen te draaien.

Het besluit? We hebben op BRDCST 2025 een boel mooie indrukken opgedaan en veel leuke muziek leren kennen. Onze jaarlijks dosis antigif tegen paranoia heeft deugd gedaan.