In de kantoren van de Ancienne Belgique ontmoeten we Kurt Overbergh om een uurtje samen grasduinen in het programma van de nieuwe editie van BRDCST. Het is onbegonnen werk om over elke artiest uit te weiden, ook al kan Kurt over iedereen die hij geprogrammeerd heeft heel aanstekelijke verhalen vertellen.
We proberen het bij de grote lijnen te houden.
Dit keer gaat de nachtprogrammatie door in de Beursschouwburg, en niet meer in de Club van de AB. Waarom?
Kurt Overbergh: Het is tof om wat variaties te hebben in locaties, en het was al een tijdje geleden dat we met de Beursschouwburg hadden samengewerkt. We zijn graag goede buren.
Onze ambitie is niet om groot, groter, grootst te worden natuurlijk. Vorig jaar zijn we na drie jaar werken eindelijk in de kerk binnen geraakt met een programma. Ik had wat schrik van de klank, maar dat is heel goed meegevallen, en het zorgde ervoor dat je wat vrijer kunt programmeren. Je weet dat je daar heel radicaal kan gaan, dat zit daar bijna per definitie vol.
Daarnaast doen we twee films in Cinema Palace, in de plaats van één vorig jaar.
Tegen volgend jaar denken we om ook beneden in de Beursschouwburg iets te doen, en dan zal ook het salon van de AB gerenoveerd zijn, dus er zijn nog mogelijkheden om uit te breiden.
Ik kijk alvast uit naar de avond die in het thema van Chicago footwork staat!
Dat zou bijvoorbeeld moeilijker geweest zijn in de club van de AB. Daar eindigen we om half twaalf, en volgde daarna nog een DJ. Nu hebben we een heel avondprogramma uitgebouwd rond DJ Rashad dat toch breder gaat, met bijvoorbeeld een live optreden van Crop Top Core, een Brussels gezelschap.
Het project werd me aangereikt door het Brusselse label Toverberg, en ik vond dat een mooi cadeau. We hebben hen carte blanche gegeven en ze hebben de avond nog aangevuld met iced latina en De Schuurman. Zo iemand als DJ Rashad in de kijker zetten, die toch nog niet in alle milieu’s even bekend is, dat is de kracht van ons festival.
Doordat we uitwijken naar de Beursschouwburg komt zo ook de grote zaal vrij om volledig in te palmen door de curatoren. Die krijgt nu dus een meer uitgepuurde line-up dan gewoonlijk.
Mensen appreciëren dat ook en vertrouwen de curator, zelfs als die totaal onbekende namen programmeert.
Merk je ook buitenlandse interesse van toeristen voor BRDCST?
Meer en meer. Een programmator van het Nederlandse Le Guess Who-festival zei me ooit dat Nederland te klein was voor het festival, en dat ze publiek in het buitenland zijn gaan zoeken. Dat geldt ook een beetje voor BRDCST en België.
Daarmee dat ik ook blij ben dat er onder andere The Quietus en Wire een reporter naar Brussel sturen dit jaar. Ook vanuit Nederland hoor ik dat er publiek komt, zelfs al is daar gelijktijdig het Rewire-festival. Die komen dan omdat hier het programma nog iets meer behapbaar is.
Maakt met curatoren werken je het leven gemakkelijker?
Dat is wat iedereen denkt: “ah, je programmatie wordt voor jou gedaan”. Vergeet het maar. Ze krijgen wel degelijk carte blanche, voor alle duidelijkheid, maar je moet wel begeleiden natuurlijk. Soms komen ze af met dromen die je toch niet kunt waarmaken.
Maar de drie curatoren die we nu hebben, daar hebben we een mooie relatie mee opgebouwd, en dan gaat alvast de communicatie een stuk vlotter.
Colin Stetson bijvoorbeeld, legde me drie scenario’s voor. Ik ben voor het scenario gegaan waar hij enkele hem vertrouwde muzikanten meebrengt, en hij bij iedereen een stuk meespeelt.
Met Keeyley Forsyth heeft hij waarschijnlijk nog nooit samen gespeeld, ook al hebben ze dingen samen opgenomen. Toen ik haar vorig jaar in Leuven vertelde dat ze onder het curatorschap van Colin Stetson naar BRDCST kwam was ze verrast en enthousiast.
De kans is groot dat hij met haar meespeelt, dus samen met de andere projecten gaat hij drie tot vier keer op het podium staan die dag. Dat is het doorleefde curatorschap waar ik naar op zoek ben.
De AB Club staat diezelfde dag in het teken van International Anthem
Eigenlijk is dit luik ontstaan vanuit het idee om SML te programmeren, een groep die wat krautmuziek à la Can maakt. Maar de muzikanten in die groep hebben ook eigen projecten, dus programmeren we ook die ook (Booker Stardum x Gregory Uhlmann, Jermiah Chiu), en vullen dat aan met Ben Lamar Gay, die ook op tournee is.
We hebben een hele goede relatie met dat label. Het is ook een van de labels waarvan ik elke plaat moet hebben, ook al omdat ze zo mooi zijn vormgegeven. We gaan blowups maken van hun artwork en tentoonstellen in de Steenstraat.
We gaan onze nieuwe ruimte deels openen voor een Q&A-sessie met een aantal mensen van dat label. Daar zullen artiesten van dat label hun eigen lievelingsplaat komen verdedigen.
Dat allemaal ook om hen te ondersteunen, en om met hen hun tiende verjaardag te vieren. Zo zul je als toeschouwer het gevoel krijgen dat je in een muzikale familie bent beland.
Dat wordt een hele drukke dag. Om twee uur is er al de film met muziek van Josef Van Wissem.
De cinema was vorig jaar een succes, er waren om twee uur al rond de tweehonderd mensen. Dit jaar voorziet Jozef Van Wissem dus de horrorfilm The Fall of the House of Usher van een live soundtrack.
Matthias De Craene doet hetzelfde met The Holy Mountain, een psychedelische film van vijftig jaar geleden die ondertussen een cult classic is geworden. De film werd onlangs op Le Guess Who ook onder handen genomen door een Japans gezelschap. Blijkbaar hangt er iets in die lucht waardoor die film nu wordt opgepikt.
En Wolf Eyes is de traditionele knaller waarmee het festival wordt afgesloten?
Ja! Mijn favoriete noise makers. Ze improviseren altijd, soms geeft dat waanzinnige noise, de ander keer klinken die kalm, kabbelend. Maar er zit altijd wel een zware slag aan. Ze toeren niet zo heel veel, dus dan staat de deur altijd open natuurlijk.
Van Anna von Hausswolff ken ik alleen de controverse over haar satanische teksten
Waar zijn ze nu, de extreem-katholieken, ik heb ze nog niet gehoord!? Ik hoop dat ze hier snel komen te staan, wat media-aandacht is altijd mooi meegenomen.
Ik vind haar een heel intrigerend figuur, van vele markten thuis. Ze speelt haar orgelconcerten in kerken, ze heeft haar eigen label, ze heeft een voorstelling met een dansgezelschap in Götenborg. Dat zijn rijke artiesten voor mij.
We hebben Anna von Hausswolff al twee keer geprogrammeerd, één keer in de club van de AB en één keer in het Amerikaans theater, en ze is live ook heel goed. Haar stem doet wat denken aan Nico.
We hebben ook haar vader laten overkomen, Carl Michael von Hausswolf, die ook een elektronische componist en visueel artiest is. We hadden het haar voorgesteld om samen op een podium te gaan staan, en ze vond dat tof. Dat zijn dingen die ze op Rewire of op Variations in Nantes niet doen.
Ook de derde curator, Backxwash, is mij totaal onbekend
Die heb ik twee jaar geleden leren kennen.
Als er één onderstroom is dit jaar, dan is het black metal. Colin Stetson heeft een project gedaan dat in die richting gaat, en black metal is de grote liefde van Anna von Hausswolff. Backxwash, die schildert zich zwart en samplet heel veel black metal groepen.
Achter haar zijn er films met typische black metal screams. Ze bedient dubbele drums die speciaal voor haar werden ingespeeld op een ingenieuze wijze die ik nog niet helemaal door heb. Heel mooi eigenlijk. Er komen ook langzamerhand meer en meer gospelelementen in haar muziek voor.
Dit wordt het meest extreme programma van de drie dagen, met Blackhaine ook, iemand die echt de confrontatie opzoekt met zijn publiek, en Violent Magic Orchestra, een Japanse band tussen gabber en black metal, waarbij elk lid een ander personage uit de geschiedenis van black metal uitbeeldt.
Tirza had vorig jaar gevraagd om al haar groepen in één zaal te hebben, zodat ze een vibe kon creëren. Dat werkte perfect, en dit jaar heb ik dat zo doorgezet.
Vorig jaar had je gezegd dat je Accidental Meetings als curator zou vragen. Is dat er niet van gekomen?
Wel, die gaan cureren op Feeërieën. Een vierde curator voor BRDCST was wat te veel, maar hun passage vorig jaar was fantastisch. En we hebben de deur open gehouden.
Ik hou van het idee om duurzaam te programmeren. Voor volgend jaar is er zo al de vraag gekomen of Keeley Forsyth niet mag cureren. Dat is nog vroeg, maar ik heb haar nu leren kennen via Colin Stetson, en het zou wel fantastisch zijn denk ik.
Uit jullie begeleidende tekst zie ik ook dat John Coltrane in de verf wordt gezet, maar daaronder vind ik maar één artiest?
Ja, Raphael Roginski. Collega’s zeiden me dat ik die plaat wel mooi zou vinden. Normaal heb ik niks met jazz gitaristen, dus ze hebben wat moeten aandringen, maar toen ik het hoorde was ik direct verkocht. Ik ben met hem beginnen mailen, en omdat we volgend jaar de honderdste verjaardag van John Coltrane gaan vieren met een tiendaagse, heb ik voorgesteld om nu al eens langs te komen op BRDCST. Het vervolg komt dus volgend jaar pas eigenlijk.
Zijn muziek zal perfect passen in de kerk. Hij maakt zo’n fijne interpretaties dat zelfs in een quiz voor Coltrane-kenners weinigen de nummers zouden herkennen.
Er staan nog wat Poolse artiesten geprogrammeerd trouwens. Bijvoorbeeld Bloto, een straffe hiphop/jazz band en Martyna Basta. Ik hou ervan om me in een scene in te bijten en dat een platform te geven.
De lijn in de programmatie voor de kerk is eigenlijk dat het experimentelere muziek is?
Ja, en hedendaags klassiek. Het moet klinken in de kerk, dat is ook een criterium natuurlijk. Eigenlijk is dat de werking van ons Salon dat we daar overgebracht hebben. Het is een vrijhaven waar alles kan.
Abel Ghekiere staat er ook tussen.
Abel Ghekiere heeft met ‘Voor Het Verdwijnt, En Daarna’ een van de prachtigste Belgische platen ooit gemaakt. Die verstaat de kracht om verstilde muziek te maken, maar op een niveau waar je het gevoel krijgt dat de tijd je naar achter trekt. Heel raar. Een absolute aanrader.
De vorige keer dat we spraken zei ik ook dat de Belgen hun plek moeten verdienen op BRDCST. Dit jaar staan er heel wat Belgen op het programma! Naast Abel Ghekiere bijvoorbeeld ook nog Milan W., die een plaat gemaakt heeft die redelijk breed is opgepikt, door zowel Pitchfork als Humo. En ook Kabas hebben we, en in The Handover zit een Belgische link. Lukas De Clerck ook, dat zijn eigenlijk allemaal mensen met internationale allures.
Verder zijn er een hele reeks namen die me niks zeggen, maar waarvoor de tijd ontbreekt om erop in te gaan. Mag ik er nog eentje uitpikken: Áine O’Dwyer?
De kerk waarover we beschikken is eigenlijk afgebrand geweest, inclusief het kerkorgel. Nu hebben ze een nieuw orgel laten bouwen. Het is in handen van het conservatorium van Brussel, en we mogen dat ook gebruiken.
Vorig jaar speelde Ellen Arkbro daar nog, dit jaar speelt Àine O’Dwyer haar ‘Music For Church Cleaners’ daar. Het is opgenomen in een Londense kerk, inclusief dus de geluiden van de kuisploeg.
Ga je zoals elk jaar proberen alle artiesten aan het werk te zien?
Jazeker, al zorgt dat wel voor wat onrust in mijn hoofd. Ik ga er ook voor zorgen dat er voor elke artiest een welkomstbrief in hun loge hangt. “Beste Àine O’Dwyer, ik vind het fantastisch dat jij op het orgel komt spelen. Weet dat het orgel van deze en gene makelij is”, enzovoort.
Zo weten mensen dat ze in goede handen zijn, en dat we met hen bezig zijn. Alabaster dePlume had ik vorig jaar geschreven dat hij hier zoveel jaar geleden voor het eerst op BRDCST had gestaan, en hij was zo enthousiast over dat briefje dat hij het meteen op zijn instagram postte.
Het is een simpel gebaar, maar muzikanten appreciëren dat enorm. Dus ondanks het feit dat het veel energie kost, ga ik daar snel mee beginnen.
En terwijl ik eraan denk; misschien moet ik Anna von Hausswolf ook eens mailen dat ze op het orgel mag spelen. Hoe ik daar niet eerder aan heb gedacht! Hopelijk is het niet te laat.
BRDCST loopt van 4 tot 6 april in de Ancienne Belgique in Brussel.