In de serie concerten die teren op nostalgie: Front 242 geeft er de brui aan en vieren dat drie avonden op een rij in de Ancienne Belgique met afscheidsconcerten. Vrijdag waren we erbij. Normaal sluiten we aan bij hun principe dat men altijd alleen vooruit moet kijken (Always Ahead), maar aan deze gelegenheid was moeilijk voorbij te gaan.
Voorprogramma Daniel Myer nam zijn plaats in het voetlicht als gelegenheid om het vooral over zichzelf te hebben, en zijn relatie met Front 242 en Electronic Body Music in’t algemeen. Aan de hand van dia’s en songs gaf hij een overzicht van hoe hij op het podium was beland: Depeche Mode ontwaakte in hem de interesse voor elektronische muziek, en na kennismaking met een sampler van de Belgische in de jaren tachtig breidde die zich uit naar de hardere variant van EBM.
Hij experimenteert ondertussen als Techno-DJ met het genre, en illustreerde dat met een foto van hem aan de draaitafels in een Berlijns toilet tijdens de pandemie. Het laatste nummer was een samenwerking met Jean-Luc Demeyer, die met zijn raspende stem het nummer een vleug van een Franstalige ballade meegaf. Dit was vast een nieuw hoogtepunt in Myer’s carrière.
De eerste keer dat we in de Ancienne Belgique kwamen was ook voor Front 242, in het jaar 1991. Ze verkochten toen twee avonden na elkaar de AB uit, iets wat in die tijd ongezien was voor een Belgische groep. Daarna verdwenen ze wat uit ons aandachtsveld, ook al omdat ze minder actief waren. Front 242 werd zowel in imago als in muziek ingehaald door andere creatievelingen, die op hun beurt nieuwe genres uitvonden, nieuwe grenzen verlegden. Sic transit gloria mundi zei Bart Dewever daarover.
Vanavond introduceerde Snowy Red’s Euroshima (Wardance) de hoofdact, gevolgd door een instrumentaal stuk muziek van Duits avant-garde muzikant Conrad Schnitzler. Een roadie drukte op de start-knop van de laptop en we waren vertrokken voor anderhalf uur grabbelen uit het repertoire. Er kwamen geen verrassingen, geen special guests, geen obscure remixes, maar een standaard setlist, naar beproefd recept, één dat al jaren had bewezen dat het een publiek kon tevreden stellen.
Het verheugde daarom niet minder, vooral tijdens het stuk waar achtereenvolgens U-men, No Shuffle, Soul Manager en Quite Unusual werden gespeeld. Het was interessant om te zien hoe de visuals, die voor hun tijd ooit toch baanbrekend waren geweest, ondertussen waren blijven steken in het zwart-wit waarmee Anton Corbijn hen stileerde in de legendarische videoclip voor Headhunter. Ze toonden veelal desolate landschappen, met daarin soms brutalistische monumenten. Zelf figureerden ze in hun stoere mannen-outfit, met een zonnebril op, serieus voor zich uit kijkend.
Een enthousiaste glimlach vond je enkel op het gelaat van Richard Jonckheere, die meermaals het publiek bedankte voor meer dan veertig jaar trouwe opkomst. Zelfs tot na de bissen werd weinig emotie getoond. De vier poseerden droog op een rijtje, armen gekruist, voor een fotoprojectie die een overzicht bood van het verlopen der jaren, en verlieten het podium.
Hopelijk wordt dat uitgelatener zaterdagavond, op hun allerlaatste concert. We gunnen hen een fles champagne en een collegiale knuffel, zelfs een enthousiaste polonaise. Wie in zo’n dikke letters hun naam in de muziekgeschiedenisboeken hebben geschreven, mag op zijn minst op de allerlaatste avond de teugels vieren. Hun imago is in steen gebeiteld, het kan ertegen.