Kahil El’Zabar werd aangekondigd als iemand die onder andere nog de kleren had gemaakt van Nina Simone. Een oude artiest dus, zo kwam die boodschap over. Maar we leerden die kennen tijdens het Brussels Jazz Festival, en wisten dat de man op zijn zeventigste nog meer energie kon opbrengen dan de meeste jonge dertigers op de affiche vandaag, samen.
Ten opzichte van dat optreden in Brussel was de helft van zijn Ethnic Heritage Ensemble wel thuis gebleven. Bleven over: Ishmael Ali op cello, Alex Harding op bariton sax en Corey Wilkes op trompet. Niet dat El’Zabar veel begeleiding nodig had, met zijn percussie, enkele tribale stemklanken en een flard zang van zijn donkere stem had hij de set even goed alleen aan gekund.
En was het geluid in vergelijking met Brussel iets meer uitgekleed, dan kwam de nadruk meer op het repetitieve karakter van de songs te liggen. Terwijl bijvoorbeeld The Whole World in de studio-opname een goede vier minuten duurt werd het hier uitgesponnen over goed vijftien minuten, en dat zorgde voor een verslavende vibe. Een vlotte saxofoonsolo komt in die trip dan ook nog beter uit de verf.
El’Zabar verliet al dansend het podium, en had er duidelijk zin in gekregen. Dit was de ideale opener geweest.
Op de Garden Stage mocht Uniri vervolgen. Die waren meegekomen met hun vrienden van Alfa Mist, en speelden zowel voor als na hun concert een korte set. Drummer en bezieler Chiminyo bekende dat hij zich soms vragen stelde bij het label jazz dat op hun muziek wordt geplakt. Voor wie bij jazz aan een zwarte man met een trompet denkt lag deze uit synthesizers opgetrokken popmuziek misschien niet in de lijn van de verwachtingen, maar verder had het dezelfde energie van een strakke jonge instrumentele band. Toegegeven, er zijn er tegenwoordig zo dertien in een dozijn, maar wel een mooi dozijn.
Alfa Mist zelf was van hetzelfde laken een broek. Jonge snaken, die (volgens de introductie) via de samples die ze kenden van grime en hip hop bij jazz waren beland. Hier waren het meer piano en trompet dan synthesizers die de klank bepaalden, maar het was even onderhoudend en even vrijblijvend.
We waren vooral onder de indruk van de vrouw die met twee pinten in de hand zich een weg baande naar de knappe man net voor ons, en hem met een verbluffende dosis lef verleidde tot dansen, en wie weet, meer, want ze spendeerden de rest van de avond samen.
Bij André 3000 hadden we op voorhand wat twijfels. Ondanks de lovende kritieken bleek de plaat geen gemakkelijke kluif, en beluisterden we ze slechts zelden tot aan het gaatje. “Dit wordt ofwel heel saai, ofwel geniaal”, hadden we een vriendin gewaarschuwd. En achteraf waren we het er over eens: dit was geniaal geweest.
Nochtans werden geen compromissen gesloten, en geen hits van Outkast uit de kast gehaald om het publiek te paaien. Nee, het leek bij momenten eerder op een spelletje “wat ruist er door het struikgewas” voor gevorderde vogelaars, waarbij de muzikant op een van zijn vele indrukwekkende, exotische fluiten een vogelsoort nabootste en we dan met zijn allen mochten raden of het een fuut of een waterhoen was geweest. Maar de ritme’s en de elektronische sound die de band achter hem produceerden namen je mee op een sonische, psychedelische trektocht door donkere wouden. Het klopte als een specht.
In het midden van de set sprak André 3000 het publiek toe in een raar taaltje. Was het een Afrikaans dialect dat hij meegekregen had van een van zijn voorouders? Nee, bekende hij daarna droogweg, het klonk misschien als “deep shit”, maar was eigenlijk gewoon gebrabbel geweest, een zelf uitgevonden kindertaaltje. Voilà, een humoristische noot die de zwaarte verlichtte, en die duidelijk maakte dat zijn Outkast-verleden ook niet helemaal weg was.
Drummer Carlos Niño bleek in meer dan één opzicht de spilfiguur van de band. Wie nog wat “weird shit” wil horen kunnen we diens net verschenen album op International Anthem aanraden. Niet alleen had hij André 3000 aangemoedigd om met zijn fluiten naar buiten te komen, toen ze elkaar waren tegen gekomen in een nachtwinkel in Los Angeles, ook tijdens de set toonde hij zich een ervaren sjamaan die de anderen bij de les hield.
Er stond nog een soort Bez mee te dansen naast hem, iemand waarvan het niet helemaal duidelijk bleef of hij ook een muzikale inbreng had, of er gewoon bij stond voor de gezelligheid. Daarnaast nog een gitarist, die op geen enkel moment een gitaargeluid leek te produceren, iemand op sobere elektronica, en een simpele maar efficiënte lichtshow.
Dit was zonder twijfel een van de meest intrigerende optredens die we de laatste tijd mochten meemaken. Er zijn artiesten die zichzelf blijven herhalen, of oude hits herkauwen, en er zijn er die creatief buiten de lijntjes blijven kleuren en prachtige kunst maken. André 3000 is van de laatste soort, buiten categorie.
We zijn absolute fans van alles waar Moor Mother in mee doet, en Irreversible Entanglements is daar een van de betere projecten onder. Maar we moeten toegeven dat haar “grom de wereld een geweten” performance op de Garden Stage wat minder tot haar recht kwam dan wat we verwacht hadden. Het publiek had meer zin in een feestje dan in een schop voor het geweten, en Camae Ayewa kon daar onvoldoende tegenover stellen. Protect Your Light en Free Love, en wat is de schuld van Paul McCartney en The Rolling Stones tegenover Little Richard? Interessante onderwerpen, maar hey… waar was dat feestje? Die moedige vrouw van eerder tijdens Alfa Mist, bijvoorbeeld, had een vrolijker toekomstperspectief op het oog.
Op een gegeven moment had het publiek de interesse wat verloren en ging Ayewa de confrontatie aan: “what are you talking about?”. Over hoe leuk het was om te gaan hiken deze namiddag? Over hoe lekker het kersenbier smaakte? We hadden het over wereldvrede moeten hebben!
Met alle goede wil van de wereld, met al onze adoratie voor de hectische miljoenen noten per seconde free jazz die Keir Neuringer uit zijn clarinet haalde, dit was niet het optreden van ons leven, en daar hadden we wel op gehoopt. In onze versie van een rechtvaardige wereld is dit muziek die stadions vult. Tot die utopie materialiseert stellen we ons tevreden met in de huiskamer loos gaan op de albumversies. Van de nood een deugd maken heet dat, zeker? De wereldvrede kan wachten.