Een concert in de volledige donkerte, zo was ons beloofd. Autechre’s muziek is al niet de gemakkelijkste om over te schrijven, dat er niks te zien zou zijn maakte het er vast niet gemakkelijker op. We hadden voor de zekerheid ChatGPT een review laten genereren, puur ter inspiratie natuurlijk.
Gelukkig hielp Russel Haswell een handje. Met twee halve-literblikken bier bij de hand, en een working class-attitude die geleend leek van Sleaford Mods, kwam de man wat lawaai maken op een kleine modulaire synthesizer. Het ding was niet veel groter dan een valies waar je mee op een Ryanair-vliegtuig mag, maar het maakte desondanks veel lawaai, zonder dat het veel meer interactie behoefde dan hier een daar aan een knopje draaien. Zelfs dat bleek tijdens het laatste nummer optioneel.
De hele set werd opgedragen aan Keith Leblanc, die vandaag was overleden. We moesten het opzoeken, maar die was drummer bij Nine Inch Nails en Grandmaster Flash en Tackhead en Little Axe. Hij werd bij leven een “drummer’s drummer” genoemd, nu was hij dood.
Elk nummer kreeg een poëtische, terplekke verzonnen titel, zoals Even the Trees Have Given Up, of Always Check Their Instagram, of Even When it Rains Here it Doesn’t Clean the Streets. Het afsluitende nummer heette dan weer Fuck Putin, met de verduidelijking dat het niet alleen Putin was die gefuckt moest worden, maar ook Fred Again en Porcupine Tree. En dat Haswell ooit eens met Julian Assange had gesproken. Wij googleden Porcupine Tree.
Het was lang geleden dat we nog eens met de vingers in de oren hadden gestaan, maar de noise die de man uit zijn knoppenbakje haalde was iets té luid. Verder was het een best amusante kakofonie van vage samples, maar de muziek werd nooit echt boeiend.
Autechre had volledige duisternis gevraagd, maar de lampjes boven de nooduitgangen bleven wel branden. Ook de flitsen van mobiele telefoons zorgden voor enig licht af en toe, maar er was inderdaad quasi niks te zien. Amper zichtbaar vanop de voorste rijen waren vier grote speakers, waarachter zich twee gestalten verscholen. Ze werden minimaal verlicht door de computerschermen waar ze op musiceerden.
De Britten komen al eens graag experimenteel uit de hoek, maar deze keer hielden ze het dansbaar. Het leek bijna een DJ-set, waarbij men zich bij elk nummer kon proberen inbeelden hoe het tot stand was gekomen.
Eens leek het of een hiphop-nummer in confetti was geknipt, waarna de mooiste stukjes werden vervormd, herhaald en geplakt in een hyperkinetische geluidscollage, voorzien van een tegendraadse beat. Soms hoorden we vage echo’s van Kraftwerk of Squarepusher, maar elkeen hoorde er vast iets anders in.
Het publiek juichte op de momenten dat er een dansbaar stuk was gepasseerd, als aanmoediging of uit enthousiasme. Maar op het einde van de set kon er geen bisnummer af, en nadat de lichten waren aangefloept dook het schuchtere duo weg achter hun draaitafel. Wie lang genoeg wachtte kon de twee mannen met rugzakken snel in de coulissen zien vluchten. Even groeten was beleefder geweest.
We quoten even ChatGPT: “Na afloop van het concert was de consensus onder de bezoekers duidelijk: Autechre had eens te meer hun status als pioniers in de elektronische muziek bevestigd”.
Ze hadden ook de ideale aftrap gegeven voor het vijf dagen durende BRDCST-festival.