Woensdag is in het Flagey gebouw het Brussels Jazz Festival van start gegaan. Tien dagen lang bewondert de beau monde van de high brow jazz scene er vanuit pluche zetels jong aanstormend talent en gevestigde waarden uit de hele wereld.
Dit jaar is Casimir Liberski de “artist in residence”. Hij kreeg carte blanche en een budget om uit te nodigen wie hij wou. Drie avonden staat hij centraal in de programmering. Daarnaast is er nog meer te beleven, zoals een focus op W.E.R.F. records, en het kruim van de Belgische Jazz, en een ruime selectie andere artiesten.
Vrijdagavond mocht Rosa Brunello aftrappen met een albumpresentatie van het bijna twee jaar oude ‘Sounds Like Freedom’. Deze Italiaanse bassiste had een contrabas en een basgitaar meegebracht, en daarnaast haar vaste drummer en twee Engelse muzikanten voor het blaaswerk op trompet, saxofoon en elektronische effectjes.
Ze leidde haar muzikanten door stukken muziek waar de blazers Oosterse taferelen opriepen, of de drummer bucolische klankbeelden schiep met belletjes en gedempt geroffel. Af en toe liet ze zich flink gaan op haar bas, en tegen het einde liet ze haar stem horen in twee melodieuze nummers die de set afsloten.
Wat aan focus ontbrak compenseerde ze met haar enthousiasme. In ieder geval was dit een geslaagde eerste Belgische optreden.
Pianist Casimir Liberski had op zijn dertiende een eigen jazz trio, en heeft op zijn vijfendertigste al met de groten van de jazz samengewerkt. Zo zegt men toch, maar uit de reeks namen die presentator Lies Steppe vermeldde, herkenden we geeneen. Allicht rijkt onze kennis van dit soort jazz niet ver genoeg. Het publiek juichtte wel bij de namen die werden aangekondigd Liberski te begeleiden: Greg Osby op saxofoon, Larry Grenadier op contrabas en Nasheet Waits op drums.
Ook de muziek zelf ging grotendeels over ons hoofd. Het was zoeken naar coherentie, het leek wel of elkeen een willekeurige partituur aan het spelen was. Wat Liberski uit zijn piano haalde leek ook technisch niet zo vlot, want tijdens zijn solo’s zaten er momenten van stilte die leken of hij een fractie van een seconde het noorden kwijt was. Het zal wel deel van zijn stijl zijn, maar het resultaat beklijfde maar matig.
Wel mooi was het nieuwe nummer Noto, enkele dagen geleden uit de mouw geschud naar aanleiding van de recente aardbeving in dat Japanse schiereiland. Ook het bisnummer Miyako, een cover van Wayne Shorter, kon nog bekoren.
Veel beter was het Britse Ill Considered daarna, in de traphal. Zij mikten ronduit op de buik en de dansspieren met een vlammende set van drum en bas en saxofoon.
Idris Rahman, de frontman van de band, daagde het publiek uit met wilde saxofoonpartijen die in de oren van de voorste mensen uit het publiek werden geblazen. De drummer sloeg tot zijn bril van zijn neus viel, en haalde ritme’s uit zijn drumset die Aphex Twin zijn computer zouden doen tielt slaan. Achteraan hield de bassist standvastig iedereen in de maat met repetitieve baslijnen.
Het resultaat was dat meer en meer volk begon te dansen. Veel dichter bij een ondergrondse club in Londen kon je op het vasteland niet geraken.
Het Brussels Jazz Festival duurt nog tot en met 20 januari.