Het Fifty Lab festival heeft daMusic voor het tweede jaar op rij geen accreditatie gegeven. Enerzijds betreur ik dat, anderzijds: nu kon ik in alle vrijheid een korte donderdagavond rondstruinen zonder me zorgen te maken over een gebrek aan voorbereiding, zonder iets te moeten schrijven over de slechte of middelmatige artiesten, of zonder het gevoel te hebben dat ik de avond onrecht aandeed door vroeg naar huis te gaan.

Rondom de beurs waren er vijf zalen die concertjes organiseerden, heel de avond door, gedurende drie dagen. Naar de rooftop van het vernieuwde beursgebouw was ik wel nieuwsgierig, maar daar waren donderdagavond enkel Belgische groepen te zien. Om in de veelheid van opties toch ergens -arbitrair- te schiften had ik gedacht om eerder de voorkeur te geven aan de artiesten die van buiten onze landsgrenzen kwamen.

Er was ook een café dat ik niet kende, café Delune, maar dat bleek gewoon de nieuwe naam van de Greenwich. Als dat betekent dat dit café in zijn nieuwe gedaante de ambitie heeft om iets meer te zijn dan een supermooie tourist trap, des te beter, maar de Engelse rapper die daar geprogrammeerd stond liet haar soundcheck duren tot na haar starttijdstip, en liet haar publiek nog vijftien minuten wachten om aan haar set te beginnen.

Dan maar de vertrouwde plaatsen opgezocht: de Beursschouwburg, waar de Nederlander Interstellar Funk een setje synthesisermuziek maakte in een volledig donkere zaal, met enkel wat tegenlicht. Heel statisch was het, maar wel mooi om bij weg te dromen.

Ik had ook Piffy al gezien, met een show in de Bonnefooi die ze zelf “awkward” noemde. Het is waar dat het wat raar moet zijn om daar je prille nummers te vertonen letterlijk onder de neus van pakweg dertig omstanders, waarvan allicht de ene helft vrienden waren, en de andere helft talentenjagers. Hoewel ik soms mijn buik vol heb van die half-erotische, hese, Engelstalige R’n’b vibes die tegenwoordig de mode zijn, en ook Piffy’s muziek kenmerken, waren de beats eronder tegendraads genoeg om het interessant te houden.

In de club van de AB was er Mitsune (foto), een stel Japanners uit Berlijn die een nieuwe draai gaven aan het traditionele shamizen instrument, zo’n soort driesnarige gitaar. Ze bedienden zich vrij van de cliché’s: overal kersenbloemen op het podium, kimono’s als kledij en waaiers in het haar. Ze startten ook met Japanse oerkreten die klonken als werden ze verwekt door een geconstipeerde samurai. Maar na die inleidende toonzetting werd er stevig gefeest, vooral onder het ritme van de man die voor de percussie zorgde door middel van een stel attributen op een tafel.

Uitermate amusant, en het bracht de zaal in een oogwenk aan het dansen.

Er leken veel professionelen aanwezig. ’s Namiddags haddend ze over de ideale prijs van de drankbonnetjes op hun festival gediscussieerd, ‘s avonds kwamen ze kijken of er iets te rapen viel om een gat tussen twee publiekstrekkers in hun programmatie te vullen.

Allicht daarom dat wij niet in aanmerking kwamen voor een accreditatie, wij zijn maar hobbyisten zonder belang. Zolang we Mitsune volgende zomer ergens nog eens op een festival tegen komen is dat helemaal goed.