We treffen Pacal Pinkert, frontman en bezieler van Ambassade, na hun optreden op het BRDCST-festival in Brussel. Hun nieuwste plaat ‘The Fool’ is net enkele dagen verschenen. Ook voor henzelf voelt het nieuwe materiaal nog onwennig aan.

Hoe was het optreden?

We zijn een beetje in transitie momenteel. Onze plaat is een studioplaat, en het is telkens best een uitdaging om die te vertalen naar het podium toe.

Mijn indruk is dat jullie jullie sets opbouwen zoals een DJ dat zou doen? In het begin de kalmere nummers, om dan op te bouwen naar een climax op het einde.

Er zit, nu je het zegt, dikwijls wel een stijgende lijn in onze sets, maar dat is niet echt bewust. We hebben wel eens golvende sets gehad, zeg maar, maar dan waren we zelf niet zo tevreden met de momenten dat het weer stil valt.

Met ‘Bag of Gold’, een stuk met een tekst van John Cage, gaan jullie precies meer de intellectuele tour op dan vroeger het geval was?

John Cage heeft een bepaalde manier van dichten die hij heeft ontwikkeld, en dit is een fragment daaruit. Ik vond het wel pakkend, omdat een kwaal van de mens natuurlijk zijn hebberigheid is, het hunkeren naar dat potje goud. John Cage geeft nooit duiding bij zijn teksten, maar dit vond ik mooi en passend.

De nieuwe plaat is wel echt anders, en dat wilde ik ook wel. We gebruikten veel field recordings. Achter onze studio ligt er een hele hoop oud ijzer van mensen die installaties maken, daar zijn we ook sounds mee gaan ontdekken. Dat hebben we dan gesampled, dat zijn we meer gaan gebruiken dan we vroeger zouden hebben gedaan.

Ik heb wel een beetje gevoel dat er ook een politieke boodschap schuil gaat die me wat ontsnapt. Misschien ken ik de Nederlandse politiek niet genoeg?

Dat kan wel. Het heeft ook een dystopische lading, dat helpt niet natuurlijk, dat is niet altijd een mooi uitzicht. Dat zit er wel in, maar dat had de eerste plaat ook wel al. Het blijft een soort van proteststem, of het nu tekstueel is of anders.

Deze plaat heb ik geschreven in tijden van Covid, en alle ellende die daarbij kwam kijken, die de slechte kant van de mens naar boven haalden. Dat is heel inspiratievol, dat is voer voor een elpee natuurlijk. Mensen die het ergens niet mee eens waren, of mensen die zich verloren in complottheorieën.

Dat laat je je wel een beetje onderdompelen in dat gevoel. Muzikaal gezien kom je dan wel ergens.

En vanwaar komt de kerkelijke sfeer in de plaat?

Dat heeft me altijd wel geïntrigeerd. Laatst had ik het er met iemand over, de mens heeft van nature een houvast nodig. Ze hebben duiding nodig voor de grote onderwerpen die ze zelf hebben, en ze hebben zelf niet de capaciteit om een antwoord te formuleren op die grote vragen.

Probeer je dan als je muziek maakt een boodschap te verkondigen, of wil je dat gewoon onder woorden brengen?

Ik wil graag een spiegel zijn, zonder te oordelen. De realiteit is naar. Lockdowns bijvoorbeeld. Of ons politiek landschap, dat schuurt ook langs alle kanten. Mensen willen een opening en krijgen dat maar niet.

Een stem op extreem rechts kan ook een proteststem zijn, en daar los je niets mee op. Dan vraag ik me af of iedereen de populistische lading daarvan kent.

Wie is de politicus die je samplet in Elitetheorie?

Dat is iemand van de Katholieke Volkspartij (een voorloper van het hedendaagse CDA, nvdr). Het fragment komt uit een interview tijdens de maagdenhuisbezetting. De verschillen tussen links en rechts kwamen toen al heel erg op. Dit is een mooi fragment van hoe vastgehouden kon worden aan die conservatieve elementen, maar tegelijkertijd werd gezien dat er iets gebeurde in de “linksgroene elite”, zoals dat indertijd werd omschreven.

En waar komen de Oosterse invloeden vandaan?

Ik ben altijd gecharmeerd geweest door die klanken. Oosterse toonsoorten wrijven veel meer dan de Westerse, het bezit meer drama. Dan gebeurt er iets bij mij, dat vind ik interessant. Zo simpel is het eigenlijk.

Ik luister veel naar zigeunermuziek. Barış Manço bijvoorbeeld, uit de jaren zeventig, of Kourosh, uit Iran. Dat waren mensen die zich tegen het regime keerden maar ook volksmuziek maakten.

Dan snuister ik in platenbakken naar die dingen, dat is super interessant.

Waarom zitten jullie nu op een Schots label?

We wilden toch iets meer slagkracht. Bij Optimo heb ik de verwachting dat er toch wat meer deuren gaan open gaan dan bij Knekelhuis het geval was. Ik had ook een persoonlijke kwestie met hem, maar dat doet er eigenlijk niet toe. Ik heb de man van Optimo benaderd, en hij was meteen enthousiast.

Dus zijn jullie binnenkort big in Schotland? Touren jullie in Engelstalige landen?

Nee dat is best lastig. In Engeland blijft dat een barrière. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Rusland en Oekraïene of Frankrijk, daar vinden ze het net des te exotischer als ze er niks van verstaan.

Een nummer waar ik absoluut meer over wil weten is Later Met Je Beste Zelf. Dat is zo’n mooi gedicht!

Eelco Couvreur is de auteur. Hij is een persoonlijke vriend van me, en is een begenadigd dichter aan het worden. Hij heeft heel veel teksten aangeleverd en brengt binnenkort een boek uit. Hij maakt het altijd heel persoonlijk, en daardoor heel kwetsbaar. Het gedicht gaat volgens mij gedeeltelijk over een onbereikbare liefde, waarbij loslaten en aantrekken de lading vormen.

We moeten jullie nu aanspreken met Ambassade in plaats van De Ambassade. Is dat om vooraan in de platenbakken te belanden?

Nee dat maakt het gewoon iets internationaler. Mensen schreven al te dikwijls “The Ambassade”, en nu valt die twijfel weg.

Men vertelde me eerst dat het te maken had met jullie omslag naar het Engels

Nee, we hebben een single opgenomen in het Engels, Young Birds, maar dat kwam omdat die geïnspireerd was op een oud Engels gedicht, dus dat was logisch. We blijven in het Nederlands zingen hoor.

Ambassade speelt op zondag op het Dour festival. Geschreven voor daMusic