Het ideale festival om je kinderen wijs te maken in de wereld van de popmuziek is Cactus. Voor een kleine meerprijs is er de mogelijkheid om van een kindvriendelijk festival te genieten zonder muzikale compromissen.

Er is een speeltuin waar u de jeugd kunt loslaten, voorzien van een polsbandje met de gsm-nummer van een ouder er op, voor het geval ze verloren zouden lopen. Maar u kunt hen ook mee nemen tot voor het podium, waar ze kunnen kennis maken met muziek die iets uitdagender is dan wat K3 of Kapitein Winokio presenteren. We lieten moeder een dagje rondkuieren in Brugge die Scone, en gingen met ons tweetjes een dagje verbindend rocken, de zesjarige dochter en de papa, uw recensent van dienst.

Twee songs pikten we nog mee van Slow Crush, en het kleintje vond het best interessant. Een vrouw met tatouages van jetje zien geven op gitaar, dat is een rolpatroon waar we als vader achter kunnen staan. Spijtig dat we niet nóg vroeger waren gekomen, daar waren we het alvast over eens. Wel leek het aangewezen een koptelefoon te halen om de prille oren te beschermen.

Waar we wel van mening verschilden was over Tsar B. Dochter was onder de indruk van de barokke kledij, en de violen, de papa werkte het ijl gezang en de popinterpretatie van opera (Händel’s Lascia Ch’io Pianga) wat op de zenuwen. Opera is nooit ons ding geweest, en het kruisen met popmuziek heeft nooit tot andere inzichten geleid.

Dan maar Shame, Britse keetschoppers, de zoveelste in de rij van Idols, Gilla Band en Fontaines D.C. Het was de verjaardag van de frontman, en iemand uit het publiek had chocoladetaart meegebracht en vatte samen met een handvol vrienden “Happy Birthday to You” aan. Geen idee of dat een verschil maakte, maar zeker was dat de band een tiental songs aaneen ramde met een aanstekelijke appetijt. En zelf hadden we ook wel zin om ons in de mosh pit te smijten, maar die dertig kilo toekomst in de nek diende beschermd te worden. Ze keek met open ogen naar de stagedivende zanger, maar begreep niet waarom die op het einde van de set zijn chocoladetaart in het publiek had gegooid. “Da’s punkrock” was onze beste uitleg.

Eén van de groepen die met stip genoteerd stonden op onze print van de line-up was The Comet is Coming. Alles wat uit de Londonse Jazz Scene komt lijkt tegenwoordig interessant, en hier hadden we al enkele influencers enthousiast over horen doen. (Toegegeven: “enkele influencers”, dat is dus een nonkel met een uitgebreide platencollectie en een halve blogpost op het internet). De duizenden noten van de saxofoonspeler werden hier uitgespeeld tegen een set keyboards, en dat maakte een heel dansbare, psychedelische set. Het klonk strakker dan free jazz maar stukken avontuurlijker dan die electronica-artiesten die een saxofoon inzetten om hun geluid wat organisch op te smukken.

Het werd laat voor het kleintje, maar “ze gaat anders Kim Gordon missen” maakte dat we het gedaan kregen om de bedtijd uitzonderlijk wat te rekken. De guru-moeder van de punkrock aan het werk zien, dat is essentiële muzikale opvoeding, daar zijn we het in ons gezin over eens. “Die mevrouw is al oud” zei de dochter, maar dat had ze nooit opgemerkt waren we niet voor het scherm gaan zitten, waarop closups van de gehavende armen van Gordon werden geprojecteerd. De rest van haar lijf, haar karakterkop en haar attitude waren nog strak, en ze straalde nog dezelfde cool uit als in de gloriedagen. Ze werkt de laatste jaren hard aan een oeuvre dat haar moet uit de schaduw van de erfenis van Sonic Youth doen treden, en onder andere met ‘No Home Record’, haar solo-album uit 2019, lijkt dat aardig te lukken. Daaruit kwam Cookie Butter, en wie zich aan een overdosis gitaar had verwacht kwam hier voor een verrassing te staan. Geen geschreeuw over scheurende gitaren, maar parlando teksten over dansbare baslijnen. In het tweede deel van de set gingen de gitaarsluizen wel open, naar het schijnt, maar zo ver had de dochter het niet gerokken, dus moesten we dat even missen.

In een artikel over de Schotse zanger Lewis Capaldi lazen we dat een van de symptomen van het syndroom van Tourette zenuwtics zijn. Het zou niet verwonderen dat Kurt Vile daar ook aan lijdt, want de smoelen die hij van achter zijn haardos tussen de nummers door aan het publiek liet zien leken ook meer dan eens scheef getrokken door een of andere zenuw. “Hij doet alles zo gemakkelijk lijken” had presentatrice Kirsten Lemaire gezegd, en dat was waar. Elke gitaar die hem aangereikt werd bespeelde hij vanuit de losse pols, de nummers schudde hij als het ware uit zijn mouw. Nochtans was de veelgelaagde Americana-folk niet simpel of toegankelijk te noemen. Naarmate de set vorderde groeide het zelfvertrouwen, en werden de smoelen meer en meer grijnzen van voldoening. Hij sloot af met Hunchback, en droeg het op aan Kim Gordon, van wie hij eerder van aan de zijkant van het podium hele filmpjes had opgenomen.

Iemand die al twintig jaar probeert uit de schaduw van haar verleden bij Moloko te treden is Róisín Murphy. Met behulp van smaakmakende producers als Herbert en nu DJ Koze maakte ze albums van wisselende kwaliteit, maar bouwde ze een live reputatie op van zot konijn dat wel eens van een verkleedpartijtje houdt. Dat mocht soms de muziek wat in de weg zitten, er waren vijf muzikanten rondom haar om de boel recht te houden terwijl zij van kostuums en hoeden wisselde, of met een opblaasbare alien danste.

Binnenkomer Can’t Replicate was al meteen raak: met behulp van wondermooie visuals maakte ze er een ode aan live optredens van, door zich in de eerste helft van het nummer tot een klein cameraatje achteraan op het podium te richten, met dramatische handgebaren. Tot het moment in de tekst dat ze “I can’t replicate you” zong, toen draaide ze zich om en richtte ze zich tot het publiek. Al vroeg in de set kwam Overpowered, en nieuwe (uitstekende) single CooCool. Ze maakte het zichzelf niet gemakkelijk, door wat in theorie crowd pleasers zijn telkens in een remix te serveren. Maar met hits als Sing it back op zak kon ze niet fout gaan. Ze vulde dat aan met nieuw, op het eerste gehoor uitstekend werk, zoals de afsluitende song die we vermoeden Just Tripping te heten.

Er was nog Tamino, maar we eindigden graag met dit hoogtepunt. Morgen was het weer werkdag, en de koter moet weer rondgevoerd, het dagelijks brood verdiend.

(Geschreven voor daMusic)