In een poging om de lichamelijke aftakeling af te houden ben ik begonnen met sport te doen. Drie keer zwemmen per week, twee keer lopen, en in het weekend rusten.

Lopen mag van de kinesist. Ik heb nochtans twee problematische knieën, maar ik moet me opwarmen en me concentreren op de spieren rondom mijn knieën te versterken.

Zwemmen is van iedereen toegelaten, want daar kun je bijna geen blessures door krijgen. Zeggen ze.

Mijn huidige toestand: in mijn linkerduim heb ik pijnsteken als ik kracht wil uitoefenen. Een soort RSI die waarschijnlijk door zwemmen is veroorzaakt. Ook mijn schouders symptomen vertonen pijn die op zwemmersschouder gelijkt.

En gisteren ben ik gaan lopen, maar in mijn rechterknie is de meniscus precies uit de haak. Momenteel is’t zo erg dat ik er niet op kan wandelen. Hopelijk betert het wat, want ik wil straks gaan zwemmen.

De les is allicht dat ik moet proberen traag te sporten, stap voor stap opbouwen zonder te overhaasten.

Gisteren heb ik naar de voetbal gekeken. Volgens wat ik lees op de interwebs is het de beste match ooit.

Voor mij blijft dat toch nog even die finale van de wereldbeker tussen Frankrijk en Argentinië, omdat ik die eerder toevallig bekeek en voor het eerst sinds lang besefte dat voetbal en sport in’t algemeen een heel mooi spelletje kan zijn. Het hielp ook dat de twee belangrijkste spelers van die wedstrijd de protagonisten waren van een groter verhaal. Vooral de emotionele podcast waarin een reporter parallellen trok tussen haar leven en dat van Messi had me duidelijk gemaakt dat het verhaal dat je in sport vindt een soort miniatuurversie is van het echte leven. Zoals een film of een toneelstuk dat kan zijn.

Het helpt ook dat het reguliere nieuws deprimerend blijft, en de sociale media verrot zijn. Zo heb ik toch telkens een site die ik kan openen met wat nieuwsfeitjes over voetbal om de tijd te verdoen. En mijn RSI komt zeker niet door op de computer te zitten of op mijn telefoon te scrollen, maar door het zwemmen dat ik doe. Echt.