Mijn maat L. ligt nog te slapen, maar ik ben nog altijd uit mijn ritme veronderstel ik. Het is hier 6u30, in België is het 3u30. In geen enkele tijdzone zou ik wakker moeten zijn, maar slapen lukt me niet meer.
We zijn onderweg in de Verenigde Arabische Emiraten. Een land waarvan ik met moeite het bestaan afwist. In ieder geval kende ik het onderscheid niet tussen Saudi Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Zelfs nu ik weet dat het twee aparte landen zijn, is het me nog altijd niet duidelijk hoe dat zo is gekomen. Ik reis om te leren, en ik heb nog veel te reizen.
L. wou een road trip maken. We wilden de woestijn zien, mét kamelen graag, en ook elk van de emiraten bezoeken. We zijn onderweg met de auto, logeren momenteel in Fujairah, ergens aan de andere kant van de emiraten dan Dubai, maar nog altijd aan de Straat van Hormuz. Mijn aardrijkskunde wordt er alvast al beter op.
Gisteren onderweg keken we naar de overkant van die Straat van Hormuz, vanop het strand, maar we wisten geen van beiden zeker welk land er aan die overkant lag. Op onze gsm keken we het na, het is Iran, en we zagen meteen ook verontruste berichtjes van de vrouw, en van een vriendin, die in het nieuws hadden vernomen dat er een bom was gevallen op Dubai.
We lachten er wat mee, inderdaad, Iran leek aangevallen, maar dat van die bom op Dubai leek moeilijker te verifiëren. We reden verder naar ons hotel, we wilden de zonsondergang fotograferen, en eventueel vuurwerk of andere festiviteiten meemaken die hier elke avond tijdens de Ramadan lijken plaats te vinden.

Gisteren waren we in een oase. Nog iets waar ik me weinig kon bij voorstellen. Maar er ligt ergens een stuk berg naast Al Ain, dat allicht wat wolken tegenhoudt, en zo zorgt voor een aanvoer van water. Een ingenieus, oud irrigatiesysteem (“Falaj”) voert dat meer dan tien kilometer rond en zorgt voor waterbeekjes overal in die oase. Er is een overvloed aan palmbomen, die dadels geven.
Er is ook een museum dat heel mooi is van architectuur. Het toont archeologische artefacten en heeft gaten in de grond die zicht geven op enkele oorspronkelijke oude gebouwen die ontdekt werden tijdens de constructie van het museum. Net zoals je dat naast de Beurs in Brussel kunt zien.
We kochten dadels in de koffieshop in het naar buiten komen, bij een potje koffie. De verkoopster was Indonesisch of Filipijns, en legde uit dat de dadels niet van de palmbomen hier kwamen, maar gewoon geïmporteerd waren uit andere landen. Je kon ze net zo goed in de supermarkt kopen, maar hier waren ze geprepareerd met chocolade, pistachenoten of andere zoetigheden. Ze gaf twee kleinere exemplaren extra die uit de lokale oogst kwamen, allicht om te compenseren voor onze teleurstelling.
Tijdens het nuttigen van deze lekkernijen werden we uitgevraagd door een zwarte man als deel van een enquête die diende om zicht te krijgen op de toeristische industrie hier. Iets verderop kwam een buslading Duitse toeristen toe. De zon begon ondertussen goed hitte te geven.





Het gaat wel goed, reizen met L. Gisteren onderweg naar Al Ain waren we beiden van oordeel dat de baan ernaar te saai was, en zijn we spontaan van de autostrade gereden bij de eerste afrit. Iets later kwamen we een wegwijzer tegen die zei “Camel Race Track”, en wisten we beiden dat de richting was die we zouden volgen.
We kwamen uit bij een verlaten amusementspark, gedecoreerd met massa’s vlaggen. Het leek verlaten, op de enorme parking stonden slechts een of twee andere auto’s, met geblindeerde ramen. Allicht security. Er hangen hier overal camera’s. Het is trouwens L.’s werk om de software te voorzien van de camera’s op de snelwegen, hij kent de verschillende type’s en maakt onderweg opmerkingen als “dat was een Zweeds model, dat ondertussen niet meer in productie is”.
Het voelde niet helemaal gerust om veel foto’s te maken onder al dat virtuele toezicht, maar er was niemand om toestemming aan te vragen, dus we deden het toch. Uiteindelijk begrepen we dat we beland waren op het terrein van het Zayed festival, maar dat daar zolang de zon niet is ondergegaan niets te beleven was.

Nadien vonden we nog de renbaan voor kamelen, en in het verder rijden passeerden we een renner op een kameel. Vanuit de auto nam ik een foto met mijn gsm, en de man maakte tekens naar ons. Ik meende uit de duim omhoog af te leiden dat hij OK was met de foto, maar L. legde me later uit dat een duim omhoog hier eerder een beledigend gebaar is, dat even goed “up your ass” kan betekenen als “het is ok”.

Het was L. zijn vijfentwintigste keer in Dubai, zo had hij nageteld, maar de eerste keer dat hij effectief aan toerisme deed. Hij neemt overal aan dat iedereen vlot Engels spreekt, en zijn gevoel voor humor deelt, wat soms tot grappige situaties leidt. Bij het inchecken in het hotel in Al Ain was er ergens achter de schermen duidelijk hoorbaar een soort Arabische Fawlty Towers een soort lokale Manuel uit aan het kafferen, en L. probeerde er een grap over te maken tegen de man aan de receptie. Maar de grap ging los over het hoofd van de receptionist, en die begon gegeneerd te roepen naar een assistent dat ze die Fawlty snel moesten gaan bewust maken dat klanten hem konden horen.
Ondertussen is het bevestigd dat de opperleider van Iran dood is. Het is allemaal breaking news tegenwoordig. Het zal me benieuwen of ik dinsdag effectief op een vliegtuig richting huis kan stappen. Hopelijk wel, maar ik blijf liever wat langer dan dat ik het risico neem om uit de lucht geschoten te worden door een verloren raket uit Iran.
We reizen met enkele flessen rode wijn die ik heb meegebracht uit de duty free in Zaventem. Ik had gekeken en volgens de Lonely Planet mocht ik vier liter alcohol meenemen. Ik had geïnvesteerd in drie flessen rode wijn en ook een fles goede whiskey, aangezien het alcoholpercentage van geen belang leek te zijn. L. had gezegd dat hij een glas na het werk begon te missen, en dit leek een ideaal cadeau.
Ik kocht ook een stevige zak om die flessen drie opeenvolgende vliegritten ver mee te kunnen nemen met mijn handbagage. Ik heb wat zelfvertrouwen moeten veinzen toen ik die zak in de scanner van de douanecontrole moest steken, hopelijk was die informatie in de Lonely Planet correct. Maar de bedieners van het scanapparaat keken er verder niet naar om, en ik mocht gewoon doorwandelen.
Bij de grenscontrole werd ik voorafgegaan door twee vrouwen die met dezelfde vlucht waren gekomen, met twee kinderen. Het was naar alle waarschijnlijkheid een lesbisch koppel, en ik vroeg me af hoe zij zich voelden om binnen te komen in een land waar homoseksualiteit verboden is. Maar ook hier keek de bevoegde Arabier niet van op.
Zo’n dingen lijken hier even pragmatisch aangepakt te worden als in Schaarbeek of Sarajevo. Ook aan de bar van het hotel konden we op het gemak een glas lekkere rode wijn bestellen en aan het zwembad opdrinken bij stemmig licht. Het was niet eens zo duur. Enige waar je zeker op moet letten: don’t drink and drive, zei Lonely Planet, maar dat zouden we sowieso niet doen.
Ook de ramadan lijkt iets waar ik me zorgen om had gemaakt, zonder veel reden. Ongeveer overal kunnen we eten op voor ons normale tijdstippen. Enkel in de meer afgezonderde gebieden onderweg leek het moeilijk om een restaurant of winkel te vinden die open was tijdens reguliere werkuren.
De ramadan blijkt trouwens een commerciële kracht die ik nog niet goed begrijp. Hoe kun je in een periode van soberheid reclame maken voor consumptieproducten? Het gaat niet enkel om voedsel, ook bijvoorbeeld autodealers in Dubai adverteerden grote acties in deze periode.
We zagen gisteren rond een enorme moskee honderden meters lakens, bedekt met om de meter of zo een maaltijd. Het was een paar minuten voor zonsondergang en massa’s mensen kwamen aanschuiven van overal om hun iftar te nuttigen, het ontbijt na de dag vasten. Ik kon me plots voorstellen dat dat een leuk feest moest zijn.




