Gedurende vijf dagen woonden we weer even in Parijs, op honderd meter van het appartement waar we gewoond hebben. We wandelden weer rond in dezelfde buurt, gingen weer ontbijten in dezelfde café’s.

Het is deels als thuis komen, hoewel we ons nooit echt thuis gevoeld hebben in Parijs. De vrouw lacht me uit dat ik nostalgisch ben naar een plaats waar ik me slecht voelde.

Dingen die ik bijna vergeten was

Mensen kopen nog veel in kleine winkeltjes. De “primeurs”, de groente- en fruitwinkels die je overal vindt, en die tegenwoordig vooral uitgebaat zijn door Aziaten, zetten altijd een ruim assortiment fruit van het seizoen goed in het zicht. Maar er zijn ook kaaswinkels, slagers, sleutelmakers, kleermakers, enz… dingen die hier aan het verdwijnen zijn, omdat iedereen in supermarkten koopt.

Op een weekdag in “onze” buurt (Batignolles) lopen er nog altijd zwarte vrouwen met witte kinderen rond. Ik was vergeten dat ik dat had opgemerkt, en dat het lang had geduurd voor ik doorhad dat dat allemaal kinderoppassen waren natuurlijk. Op zondag zie je dan nog altijd de “compensatievaders”, degene die één keer per week quality time met de kinderen doorbrengen. Meestal lijken ze daar vooral van af te zien.

Er zijn ook veel meer koppels van verschillende huidskleur dan je ergens anders ziet, is mijn indruk.

Wat we deden

Het was slecht weer, en we hebben dus veel in de regen gewandeld. De eerste avond liepen we rond in Montmartre.

We liepen rond aan La Villette, maar gezien het slechte weer waren de speelparken die we er zochten niet open. We zijn daar naar de Cité des Sciences et Industrie geweest. Ik denk niet dat ik het zou aanraden, ik vind dat persoonlijk een beetje geforceerd educatief proberen zijn, maar er zaten wel enkele leuke stukken tussen. Voor mij vooral het deel waar er met geluid kon gespeeld worden.

We zijn naar Versailles geweest, maar het kasteel zelf was uitverkocht, en zijn dan maar gewandeld tot het buitenhuis van Marie-Antoinette. Het interessantst daar om te zien was dat eens de verveling voorbij, de kinderen zelf een manier vonden om zich te amuseren. In dit geval, steentjes verzamelen.

Een dag hebben we ons opgesplitst, en heb ik proberen een expo doen terwijl de anderen de Eiffeltoren bezochten. Er was van alles te doen, een overvloed van aanbod, maar de meeste dingen waren zo populair dat ze uitverkocht waren. Ik probeerde Martin Parr te zien maar was ontmoedigd door de wachtrij, wandelde tot Palais de Tokyo, dat gesloten bleek op dinsdag, en ging dan maar naar de expo van Otobong Nkanga, een Antwerpse Nigeriaanse hedendaagse kunstenares. Het ging een beetje aan me voorbij.

Verder heb ik geprobeerd om een concert van Jeff Tweedy mee te pikken, maar dat was uitverkocht en er wisselden precies geen tickets van eigenaar voor de deur. Ook de expo van Richter heb ik gemist.

Disneyland

En we zijn naar Disneyland geweest met het kleintje en haar neef. Dat was eigenlijk wel een succes, ook al betaalden we 420€ voor drie volwassen en twee kinderen. In principe zou ik nog altijd aanbevelen om naast Fondation Louis Vuitton naar de Jardin d’Acclimatation te gaan, dat is minder spectaculair, maar betaalbaarder en meer vintage.

We waren in het begin vooral op zoek naar rollercoasters, en die waren er, maar eigenlijk maakte dat het verschil niet. Persoonlijk vind ik weinig verschil tussen de verschillende rollercoasters, of ze nu opgesmukt zijn met Star Wars thema’s of niet. Je wordt door elkaar geschud en houdt er een adrenalinerush aan over.

Maar uiteindelijk belandden we eerder toevallig in “it’s a small world” en daar waren we wél weg van. Even zag ik de glinsters in de ogen van mijn betoverde vrouw, zoals beloofd in het reclamefilmpje, terwijl zij normaal de eerste is om cynisch te doen over zo’n dingen. Nochtans is het slechts een heel eenvoudige enorme muziekinstallatie waar je door vaart in een bootje. Maar het werkte wel.