Dat ik in de familie racistische klap moet incasseren zonder dat ik veel kan terugzeggen, tot daaraantoe. Een nonkel vond tijdens de Nieuwjaarsdrink dat Pieter De Crem zijn beleid heel goed geweest was, maar dat dat nu niet meer mocht gezegd worden, hoewel iedereen dat wel dacht.

Zo een dingen laat ik passeren, ik probeer met een kwinkslag de situatie wat recht te trekken, en ik neem aan dat dat racisme oppervlakkig is. Uiteindelijk zit ik daarnaar te luisteren met meer dan de helft van mijn familie die volgens dat regime van De Crem niet naar Aalter kon verhuizen. Maar we lachen groentjes mee, het gaat toch altijd over die ándere vreemdelingen. De moslims, die met een kleurtje.

Recentelijk echter is er ook iemand uit de vriendenkring die steeds meer racistische klap begint te verkopen, gisteren nog bij ons thuis. Het begon subtiel, maar het wordt het steeds minder en minder. Het loopt bijna tegen de grens van mijn geduld aan. Misschien ga ik binnenkort eens beleefd proberen zeggen dat hij zich moet inhouden als hij bij ons in huis is.