Het is al een paar jaar dat ik ondertussen voornamelijk veganistisch eet. Ik moet misschien beginnen om mezelf veganist te noemen.

Ik wil mezelf zo gaan noemen omdat ik geïnspireerd ben door een tekst die ik gelezen heb over twee vriendinnen die ergens beslissen om samen veganistisch te gaan eten. Eén houd het uit, de andere niet, en de conclusie van het artikel was: degene die het meest flexibel omging met het idee van veganisme, degene die zichzelf niet schuldig voelde omdat ze eens “zondigde”, degene die niet haar hele identiteit op “ik ben veganist” probeerde op te bouwen, net die was degene die uiteindelijk de duurzame veganist was geworden. De andere had het opgegeven na enkele maanden, ze was te perfectionistisch geweest.

Al dat streng in de leer zijn helpt de zaak niet vooruit. Soms noemde ik me ooit lachend “flexi-veganist”, omdat dat alles en niets zegt, omdat de tegenstelling tussen radicaal en flexibel ingebouwd zit in de beschrijving. Ik vond dat grappig. Tegenwoordig moet ik die beschrijving misschien trotser gaan dragen. Dat opent dan wel de deur voor (m.i. domme) kritiek à la “jij bent niet consequent want…”, maar die ga ik negeren.

Uiteindelijk is het met veganisme een beetje geweest zoals met vegetarisme in het begin. Door nieuwe recepten, nieuwe producten te gaan leren kennen, ben ik ze ook gaan appreciëren, en bestendigen die eetgewoontes zich eigenlijk vanzelf.

Als ontbijt begon het met een boterham met tahini en confituur in de plaats van kaas of boter met confituur. Die laag tahini zorgt voor een verrukkelijk contrast met de confituur, echt lekker.

Tegenwoordig eet ik musli met soya-yoghurt en cocos-yoghurt. Dat is gemakkelijk verkrijgbaar in de supermarkt, en is net zo lekker, of misschien zelfs lekkerder. Ik weet het niet meer, het is te lang geleden dat ik nog koemelk-yoghurt heb gegeten. Enige bemerking is dat ik mijn soya-yoghurt graag zelf zou maken, maar dat lukt me nog niet.

Gisteren maakte ik “scrambled eggs” op basis van tofu. Toen we onze wandeling in Gent deden hadden we deliveroo besteld van bij oyo en daar bestelden vrienden “scrambled eggs”. Ze hadden niet op de aanhalingstekens gelet, en toen ze het heel smakelijk zaten op te eten was de enige opmerking “dit zijn toch niet echt eieren?”. Ik houd niet van dat half bedrog op de menukaart, maar ik vond het wel fantastisch dat ze dat allen duidelijk heel smakelijk vonden. Ondertussen kan ik “scrambled eggs” maken als de beste. Superlekker.

Veganistische kimchi maak ik ook af en toe. Dat op een boterham met een laagje hummus is de laatste maaltijd die ik ga bestellen als ze me naar de galg leiden. De combinatie heb ik leren kennen bij datzelfde Oyo.

Wat ook een ontdekking is: gistvlokken. Die heb ik voor het eerst gezien bij een vleeseter die dat over haar salade strooide, en sindsdien zijn er altijd in huis. Als je ergens een umami-boost nodig hebt, gebruik dan gistvlokken. Dat, gemengd met zout en lookpoeder en gemalen cashew noten noemen we thuis “Kristof’s parmezaanse kaas”, en staat altijd klaar gemixt in de voorraadkast om overal over te strooien. Het wordt ook door het kleintje soms verkozen boven de traditionele parmezaanse kaas in de frigo.

Ook die cashew noten zijn polyvalenter dan je zou vermoeden. Even weken, dan in de blender, en je hebt de textuur en de zoetigheid van de noten, waar je andere smaken op kunt projecteren. Een klein beetje citroen erbij en je hebt een hemelse vervanger voor ricotta. Laat je ze heel lang in de blender dan krijg je een soort kaasachtige pasta. Ook als de humus wat te vloeibaar is, of niet zoet genoeg kun je cashew noten erin mengen om te compenseren. Ze zijn super om mee te experimenteren.

En als ik de juiste zijden tofu heb, die uit die Aziatische winkel in het centrum, dan kan ik vegan mayonnaise maken in een handomdraai, die bijna even lekker is als de variant met ei. En ik moet geen heel ei gebruiken, wat me meestal meer mayonnaise geeft dan ik in twee weken kan opeten. Het is zelfs gezonder!

Niks dan voordelen. Ik begin mijn draai te vinden in dat veganisme.