Vrouw en kleintje zitten op een vliegtuig richting hier, Brussels International Airport. Meer dan twintig euro om vrouw en kind te gaan afhalen, het klinkt excessief, maar ik houd daar wel van om hier te wachten. Het vliegtuig is met meer dan een uur vertraging vertrokken, dus ik heb wat tijd om een broodje te eten, mijn boek verder te lezen en een beetje te schrijven.


Sinds Cactus heb ik W.C.S. van dEUS uit de archieven gehaald en die in de CD-speler gestoken. Hij is er niet meer uit gegaan. Leuk om die te herontdekken. Wat me vooral opviel: zo stil dat die soms is. Dat was zeker van vóór de loudness wars.


Het is een moeilijke periode geweest. In de weekends ben ik af en toe uit geweest, maar in de week, en soms ook in wat overbleef van de weekends, heb ik gewerkt als een halve zot. Op het einde van de maand heb ik dan moeten vaststellen dat de klant niet content is met het geleverde werk, en graag had gehad dat ik er minder tijd aan had gespendeerd.

Na vijf jaar samenwerken begint die plots in twijfel te trekken of ik wel capabel genoeg ben om dit project te doen, en na een superzware periode wil die discussiëren over de factuur die ik stuur. Ik begin nu ook professioneel aan mezelf te twijfelen, al probeer ik dat niet te doen, uit angst in een vicieuze cirkel te belanden.

Gelukkig heb ik nu drie weken vakantie zonder dat er -hout vasthouden- veel dringende onderbrekingen kunnen komen. Dus hopelijk helpt dat om alles wat beter op een rijtje te zetten.


Ondertussen ben ik Nemesis aan het lezen, van Philip Roth. Ik heb al veel van hem gelezen, maar dit kende ik niet. Het gaat over de polio-epidemie in Amerika tijdens de tweede wereldoorlog. Het is goed geschreven, en interessant, vanwege de raakpunten met de covid-pandemie.