Bij de kapper zat er iemand die zijn haar weg liet scheren. Op zijn schedel werd een tatoeage zichtbaar van een verkeersbord met een brommer op. Het was een gebodsbord: een silhouet op een moto in een blauwe cirkel.
Er stond geen moto voor de deur. In deze voetgangerszone was hij allicht tot parkeren in de rand gedwongen geweest. Zou hij dat als een onrecht ervaren? Is dat de boodschap die hij wou overbrengen? Dat iedereen met de moto zou moeten rijden? Of is hij een mobiel verkeersbord, iemand die als als het nodig wordt het verkeer gaat regelen door zijn pet af te nemen, op een strategische plaats, om zo op zijn minst de moto’s doorstromend verkeer te verlenen?
Een vriend laat ongeveer op dit eigenste moment ook een tatoeage zetten. Hij is nogal ijdel, en toont zich graag mooi. Ik ben benieuwd wat het gaat worden.
Als je mij nu vraagt welke tatoeage ik zou zetten weet ik het: “No ragrets”. Zo. Mét spelfout. Geïnspireerd door een scene die ik onlangs toevallig zag. Mijn eerste reactie was zoals de vader in die scène: wat een domkop. Maar hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik ervan overtuigd ben dat die domkop het beter begrepen heeft dan ik.
Het symboliseert een momentopname van een fout in je leven. Een moment waar je niet omringd was door mensen die je van slechte ideeën wilden of konden behoeden. Ze hadden wel het beste met je voor maar hadden de moed niet om je spellingsfout te verbeteren. En jij moet nu door het leven met de consequenties. En je moet verder met die mensen.
No ragrets. Voor mijn toekomstige nabestaanden: het mag ook op mijn grafzerk.