Vorige donderdag wou ik er bijna de brui aan geven, aan mijn carrière Nederlands geven aan Franstalige kinderen. Op een gegeven moment heb ik mezelf zelfs failliet verklaard: ik heb geen gezag, ik kan kinderen niet doen luisteren naar mij, ik geef geen les meer, dat ze zelf hun plan trekken.
Letterlijk. Ik heb hen dat ook zo gezegd, heb me achter mijn bureau gezet, en dacht er echt over om naar de directrice te stappen en mijn ontslag in te dienen.
Twee slimmeriken die ferm hadden tegengewerkt vonden het een ideale gelegenheid om de les over te nemen. Als jij het niet doet, meester, doen we het wel zelf. Ik dacht: doe maar, en liet begaan. Ze probeerden op hun eentje het gedicht te ontcijferen dat ik hen had proberen voorlezen, en ik dacht tiens, dit wordt interessant. Misschien willen ze toch ergens Nederlands leren, of zijn ze misschien de boel belachelijk aan het maken?
In ieder geval deden ze serieus werk, maar na een tijdje begonnen andere leerlingen zich kwaad te maken. Kunnen jullie zich niet gewoon gedragen, zodat we gewoon les krijgen in plaats van de onnozelaar uit te hangen? Het leidde tot een heftige discussie onder de leerlingen. Ik bleef achter mijn bureau zitten observeren.
Uiteindelijk stelden ze zich akkoord om de resterende vijftien minuten wél stil te zijn. En ik heb effectief nog vijftien minuten les kunnen geven.
Zelfregulering werkt dus wel. Efficiënt is het misschien niet, maar het werkt wel.