Waarom begin ik niet te dansen in deze bar, mijn favoriete koffiebar, op dit zonnig eerste moment van het jaar? Had ik wat meer moed, een sterkere personaliteit, dan was ik hier aan het dansen. Niemand zou het merken, niemand zou opkijken, iedereen zit achter zijn laptop, verhuld in een virtuele werkwereld.

Ooit zag ik een vrouw dat doen, in het zuidstation. Ze wandelde naar haar trein met een koptelefoon aan, maar bleef plots staan, liet haar rugzak vallen, en zette het op een enthousiast dansen. Na een paar minuten, misschien zelfs minder, was het moment voorbij, raapte ze haar gerief terug op en wandelde verder. Misschien is dat gedrag de sleutel tot een gelukkig leven?

Het is geen dag om te werken. Of beter: ik dwing mezelf tot een dagje onbetaald verlof. Al anderhalve week los ik noodgevallen op, en probeer ik de website van daMusic terug op poten te krijgen nadat we tegen de limieten van ons gratis plan bij Airtable zijn aangelopen.

Maar ik had me voorgenomen om elke schoolvakantie van het kleintje zelf ook vakantie te nemen, om te genieten van wat tijd samen. Dat lukt slecht. Vorige week hadden we toch nog een stage geboekt voor haar, met als gedachte dat sinds ik de job in school heb aangenomen, het misschien geen slecht idee is om die paar weken mijn beter betaalde projecten wat aandacht te geven. Deze week is het kleintje bij mijn ouders, het is woensdag en dit is de eerste dag dat ik het verantwoord vind om niets te doen.

Dus ik lees I love Dick in de Winok. Een boek over een vrouw die verliefd wordt op een man tijdens een diner, haar leven omgooit, haar man verlaat, en een heel boek lang brieven schrijft aan die man - Dick dus. De liefde blijft onbeantwoord, de brieven ongelezen, maar ze maakt van de nood een deugd en noemt de brieven haar nieuwe kunstwerk.

Het is het soort boek dat veel referenties aan andere kunstwerken bevat. Eerst dacht ik dat het allemaal ironisch was, dat de schrijfster de draak wou steken met de mensen die zich kunstige conversaties aanmeten om hun eigendunk op te blazen. Maar hoe verder ik in het boek beland, hoe meer ik denk dat ze uit al de kunst waar ze haar veertig levensjaren door omringd is geweest, een levenszin probeert te destilleren. Met wisselend succes.

In die zin lijkt het heel erg op Miranda July’s All Fours, in die mate dat ik me afvraag of July geen groot deel van de mosterd heeft gehaald uit “I love Dick”. Dat moet ik eens opzoeken achteraf.

Samen met nog zo veel referenties: een discosong uit de jaren tachtig, en de Guatemalese Coca Cola stakingen bijvoorbeeld. En de muziek in deze bar, en de muziek van gisteren uit de film die we zagen (I am Still Here - voornamelijk Braziliaanse Tropicália).

En zo levert zelfs enkele momenten van pauze een boel “werk” op. Eigenlijk zijn het vooral interesse’s die ik verder wil uitdiepen. Zoals koken, les Nederlands geven, computers programmeren, boeken lezen, films bekijken, reizen, wandelen, zwemmen, foto’s nemen, naar concerten gaan en over muziek of het leven schrijven.

Was ik maar een monomaniac, je zou wat zien!