Er zit ondertussen meer dan driehonderd kilometer op de teller sinds ik de elektrische fiets kocht, dus ik denk dat ik wat definitievere indrukken kan delen.
Het blijft een verhaal van voor- en nadelen, dat is zeker.
Nu ik op een logger gevaarte rondrijd hebben mensen iets meer de neiging om uit de kant te gaan. Bij automobilisten is dat leuk, ze laten wat meer plaats, zelfs al is dat niet echt nodig, of ze geven wat sneller voorrang. De keerkant van de medaille is dat sommige automobilisten plots ook kwaad worden omdat ik plaats inneem die ze vroeger gemakkelijker konden opeisen. Bijgevolg kreeg ik zo weer eens te maken met een agressieve chauffeur, het was lang geleden.
Mijn Brompton kon ik mee binnen nemen in een winkel, in een restaurant. Die zijn daar niet altijd tevreden mee, ook een opgeplooide plooifiets neemt de plaats in van een kleine valies. Maar het was op zijn minst een mogelijkheid. Met mijn elektrisch gevaarte ben ik nu op zoek naar een parkeerplaats in de buurt, net als een automobilist. Ook omdat ik van de verzekering de fiets moet vastmaken aan iets als ik wil dat die tussenkomen bij diefstal.
De verkoper in de fietswinkel raadde me trouwens ook aan om de batterij mee te nemen, want die kan er te gemakkelijk afgehaald worden en is ook zevenhonderd euro waard. Maar met zo’n log blok zeulen is niet altijd praktisch, en soms laat ik dat na.
De batterij opladen is minder een taak dan die er telkens afhalen en meenemen, ook al omdat het niet zo eenvoudig is om die er af te halen: de sleutel is nodig, het sleutelgat zit wat op een minder toegankelijke plaats.
De reacties van de mensen die mij kennen en me plots op een luxueus, duur gevaarte zien afkomen zijn ook niet echt altijd leuk. Daar zit mijn fietsschaamte voor iets tussen: zoals eerder al aangehaald vind ik het bedrag dat ik voor de fiets neertelde eigenlijk een beetje obsceen. Iemand gebruikte vandaag het woord “elitair” zelfs, en ik kon hem geen ongelijk geven.
De voordelen?
Het kleintje is heel tevreden achteraan. Soms rijdt er een vriendin van haar mee. Vorige week ook haar twintigjarige neef, soms zelfs haar moeder. Het is dus niet dat dat breed achterwerk onbenut is gebleven.
Afstanden en hellingen zijn totaal geen probleem meer. Op de plooifiets dacht ik toch even na om naar de naschoolse activiteit in Evere te rijden, nu maakt dat niks meer uit.
En, misschien het allerbelangrijkste, het heeft ervoor gezorgd dat ik mijn eigen perspectief iets meer nuanceer. Ik oordeelde hard over mensen die alles met de auto doen, en zeker als ze in een SUV rondrijden. Maar nu ikzelf met het fietsequivalent daarvan rondrijd, moet ik plots iets meer nadenken over de andere kant van mijn mooie medaille.
Bijvoorbeeld: het leek me compleet onzinnig dat een fiets niet mag parkeren op de parkeerplaats van een auto. Meestal vervoert een fiets ongeveer even veel mensen als een auto (één). Maar een autoliefhebber wees me op het eenvoudige feit: auto’s hebben een nummerplaat en zijn traceerbaar. Ze betalen hun parkeerplaats. Fietsers mogen nog relatief ongecontroleerd rondrijden, zelfs aan snelheden die in de stad de snelheid van een auto benaderen.
Dus ik zoem voorbij aan bijna ongeoorloofde snelheden. Maar ik probeer hoffelijk te blijven. Ik ben niet meer de zwakste weggebruiker, ik ga proberen die verantwoordelijkheid eer aan te doen.