Bij sommige van mijn vrienden durf ik het bijna niet toe te geven: ik ben een fan van Eefje De Visser. Zij reageren meewarig: echt? Die zaag? Zoiets.

Ik begrijp het voor een deel. Eefje’s muziek is kitsch. Vooral in de beeldvorming lijkt ze inspiratie te vinden bij een soort gothic uit denaldi. Ook haar hijgerig gezang kan me soms doen twijfelen of ik er goed aan doe om met die bekentenis uit de kast te komen. Maar het is bijna 2025, ik heb het recht om onbezonnen mijn persoonlijkheid te uiten. Ik houd van de muziek van Eefje De Visser. Jullie moeten me aanvaarden met ál mijn gebreken.

Het begon in de COVID-periode, maar een pril zaadje was lang geleden al gekiemd. Afdwaalt was ooit een hitje in wat toen de blogosfeer heette, een handvol influencers die via blogs leuke links en meestal knullige teksten deelden. Het was een fris, aanstekelijk nummer, in het Nederlands, dansbaar ook. Het werd een hit bij mij in huis, al denk ik niet dat het daarbuiten veel potten brak.

Daarna was ik Eefje uit het oog verloren tot iedereen (vooral Oor herinner ik me) de loftrompet begon te blazen over ‘Bitterzoet’, en vooral over de bijhorende live show.

Gent Jazz had haar geprogrammeerd in een editie die gekortwiekt was door dat vermaledijde virus. Iedereen moest op zijn stoel blijven zitten, wat kan tellen als pretbederver bij muziek die het toch voor een groot deel van zijn dansbaarheid moest hebben. Bovendien hadden ze de persmensen een plekje toebedeeld aan de verre zijkant van het podium, waardoor ik het optreden moest volgen vanuit een perspectief waar de choreografie niet op was voorzien.

Een betere gelegenheid deed zich voor na COVID, in de Ancienne Belgique, waar een concert dat al een paar keer was uitgesteld uiteindelijk toch mocht doorgaan. Het bleek het laatste van die tournee te zijn, maar tickets gingen aan dumpingprijzen op TicketSwap, allicht omdat er nog wantrouwen was over samenkomen in een gesloten zaal, met nog altijd een of andere variant van dat virus in omloop.

Het was daar dat ik switchte van geïnteresseerde luisteraar naar een fan. Eefje was wat verkouden, waarvoor ze zich excuseerde, maar de set verliep verder voortreffelijk. Het hielp allicht dat de band in moeilijke omstandigheden lange tijd had kunnen oefenen. De muziek werkte helend, de ontlading was groot. De witch-house achtige beats zorgden voor een machtige apotheose. De choreografie, met die fameuze UFO-achtige lichtinstallatie, klopte volledig. De teksten kende ik ondertussen vanbuiten. Doordat alles zo mooi samen kwam stond ik meermaals met tranen in de ogen te dansen. Alleen, als vijftigjarige man, tussen vooral jongere vrouwen.

Ik had niet gedacht dat het nieuwe album, ‘Heimwee’ dat gevoel zou kunnen bestendigen, toch bewaarde ik het in de “te beluisteren”-lijst op Spotify. Enkele luisterbeurten passeerden onopmerkelijk, het leek erop dat de liefde bij dat ene album zou blijven. Toen werd ik op een ochtend wakker met een nummer eruit in mijn hoofd. Een oorworm had mijn hersens besmet! Genoeg om het album terug op te pikken en intenser te beluisteren. Ondertussen vind ik ‘Heimwee’ misschien zelfs beter dan ‘Bitterzoet’.

In Gent deed ze een akoestische set, in de Kunsthal. We maakten er met de familie een weekendje van en plaatsten het concert tussen een etentje, een theatervoorstelling en het slotfeest van het filmfestival. Het werd niets om over naar huis te schrijven. Eefje was helemaal slecht bij stem, en haalde een groot deel van de noten zelfs niet bij benadering. In die mate dat ik bijna medelijden kreeg met haar: waarom had ze dit niet geannuleerd? Bovendien maakten de achtergrondzangeressen met hun handen bewegingen die de woorden moesten uitbeelden. “Als ik in rook opga” werd zo vergezeld van handjes die golvend de lucht ingingen.

Het was een afknapper. De theatervoorstelling, het restaurant en dat slotfeest waren allemaal duizendmaal genietbaarder.

Maar vorige vrijdag kwam haar revanche. In een uitverkocht Koninklijk Circus (twee avonden!) zagen we een van de eerste opvoeringen van wat de nieuwe show is. Weer had Eefje een hoest, maar die bleef grotendeels onder controle, hinderde nauwelijks. De choreografieën bleven soberder en stijlvoller, dat woordjes uitbeelden-idee werd achterwege gelaten. Er was geen grote UFO-lichtinstallatie meer, maar een intieme opstelling, voor een gordijn dat de hele groep bij elkaar duwde, vooraan op het podium. Stemmig licht zorgde voor een intieme sfeer, wat heel goed paste bij de nieuwe nummers.

De show getuigde van veel ambitie: roadies hadden allemaal een T-shirt met in grote letters “HEIMWEE-TOUR”. Eefje sprak de zaal in het Engels aan, alsof op een internationale doorbraak werd gemikt en Brussel de frontlinie daarvan was. Ook de hoesteksten bij de plaat werden van een Engelse vertaling voorzien. Zou het mogelijk zijn om met een Nederlanstalige plaat in het buitenland een markt aan te boren?

Aan de muziek zal het niet liggen. Ondertussen is elk nummer van de nieuwe plaat een hit in huis, al zijn er enkele lievelingen natuurijk (Ik weet dat hij het wil, Hoe doe je dat)

Live werden de synthesizers en de beats wat aangedikt, en als Eefje midden in de set het publiek zelfs maar een klein beetje aanspoort komt de zaal gemakkelijk los. Het is andermaal een zalig concert. Op zaterdag twijfelde ik een tweede keer te gaan, maar de omstandigheden waren er niet naar.

Dat komt nog wel. De liefde voor Eefje’s muziek is nog niet over, en in februari passeert ze nog eens in de AB, en er komen allicht nog gelegenheden op festivals ook. Ondertussen vraag ik me af waar ik ‘Heimwee’ zal zetten in mijn eindejaarslijstje. In 2020 stond heimwee nog met schroom op nummer drie, dit jaar wordt het vast een eerste plaats.

En daarmee schiet ik er allicht wat geloofwaardigheid bij alterno’s bij in, maar het zij dan maar zo.