Zondagochtend passeerden we in Gent, hadden een uur zoek te maken rond het Sint-Pietersstation. De zon scheen, iemand was op een accordeon klassiekers aan het spelen (If I were a rich man, …). Er stonden enkele bakfietsen geparkeerd op het ruim bemeten plein, en er was een biomarkt waar een assortiment onbespoten groenten aangeboden werd.

Iets verderop is een van de beste bakkers van Gent. Er is een bruin café, uitgebaat door een oud vrouwtje. Er is hier ergens een ongebruikte cinema, die binnenkort gerenoveerd wordt. Het station wordt straks een van de meest luxueuze van België, Brussel ligt op een half uur treinen, de kust ook. De huizen hier in de buurt zijn onbetaalbaar geworden. Iedereen wil hier wonen.

En toch zijn ze niet content. Het wordt te moeilijk om rond te karren met de auto, meneer. Alsof dat niet juist de bedoeling was.

In de politiek zijn de socialisten en de liberalen hier één front (wat een idee!). Maar eigenlijk ook niet, want de liberalen willen samen met de nationalisten en kunnen de groenen niet verdragen. Maar een deel van de socialisten kan de nationalisten niet verdragen, en een ander deel van de socialisten kan de groenen niet verdragen.

En ondertussen is de socialistische partijvoorzitter, half yuppie, half racist, met zijn vingertje naar de groenen aan het wijzen dat ze redelijk moeten zijn. De kleuterklas van de politiek.

Nu mag Groen eens proberen wat goodwill los te weken, maar de kans op slagen is klein. Over twee weken is de NVA aan zet, en kunnen we weer doorgaan waar we gestopt waren. Als de socialisten in die twee weken de achterban wat in het gelid kunnen krijgen (het geweer naar links, de neus naar rechts) is het in kannen en kruiken.

Achteraf zal het de evidentie zelve lijken.