De nieuwe fiets is er, en het is… wennen.
Het voelt nog altijd ergens als een nederlaag aan om mee te gaan in de trend van zwaardere fietsen. In mijn hoofd rijd ik nu met een fiets-walvis, terwijl ik op mijn Brompton me een snel wendende sardien voelde, die tussen de auto’s glipte.
Maar het is wel leuk om ermee naar Sint-Gillis te kunnen rijden, met vrouw en kind achteraan, zonder uitgeput te zijn.
De fiets parkeren is niet evident. Terwijl ik met mijn plooifiets me soms wat geneerde dat ik er na het opvouwen de winkel mee binnen ging, moet ik nu in de buurt van de bestemming op zoek naar een parkeerplaats. En nog niet om het even welke parkeerplaats, ze moet ook groot genoeg zijn om die brede Tern ertussen te krijgen. Dat was toch een autoprobleem waar ik vanaf was?
En dan hebben ze in de winkel nog aanbevolen om de batterij mee te nemen, want die kan gemakkelijk gestolen worden en kost zevenhonderd euro. Maar rondwandelen met een blok van ettelijke kilo’s is niet plezant. Dat houd ik vast niet vol.
Ik ben benieuwd wat het op termijn gaat geven. Ik troost mezelf met de gedachte dat eeuwig met het kleintje op de Brompton fietsen uiteindelijk toch geen optie was, en dit de beste oplossing is.