Het zijn bijna weer verkiezingen, en het lijkt er op dat de groene revolutie vertraging aan het oplopen is.

Het zal wel aan mijn ongeduld liggen, allicht, maar in de processie van Echternach, twee stappen vooruit, een stap achteruit, heb ik het gevoel dat we aan de stap achteruit zijn aanbeland.

In Brussel spreekt men over Good Move herzien, en is het uitstel van de Lage Emissie-Zone ondertussen een feit. In Gent wil men dat ook herevalueren. Op Vlaams niveau denkt men ook dat het beter is om de normen zo te laten, want “het wagenpark wordt vanzelf groener”.

Op Europees niveau probeert men op alle niveau’s stokken in de wielen te steken van de Green Deal, dus die regels tegen ontbossing bijvoorbeeld gaan op de schop.

De Vlaamse Regering heeft “een oplossing gevonden” voor het stikstofprobleem, die inhoudt dat men elders gaat meten, dan is er minder stikstof.

De partij die aan zet is voor een Brusselse regering is er een die vindt dat men beesten moet kunnen dooddoen volgens religieuze principes, in plaats van volgens ethische principes.

De enige punten waarop Groen nog vooruitgang lijkt te boeken zijn de abortus- en euthanasie kwesties, en dat zijn net de punten waar ik grondige twijfels bij heb.

Ik probeer me te concentreren op lange termijn: uiteindelijk, als je het vergelijkt met tien jaar geleden, gaat het beter. Een groot deel van onze energie is hernieuwbaar, tegenwoordig. Batterij-auto’s zijn beter dan diesel-auto’s. Vegetarisch eten is mainstream geworden, veganistisch eten meer en meer een mogelijkheid.

Zelfs op korte termijn zijn er lichtpuntjes: in het Vlaams onderwijs worden godsdienstlessen allicht afgeschaft.

Maar waarom gaat het niet sneller nog beter?

Volgende week weten we het weer: hopen, of wanhopen?