Onlangs zocht ik op one hit wonders, en deze song kwam opdagen:

Zalige song toch?

Het is een crunch periode hier. Binnenkort is er een belangrijke deadline te halen, en dat zorgt altijd voor stress. Meer dan dat ik zou willen eigenlijk, en ik probeer het hoofd koel te houden.

Ondertussen proberen we samen het kleintje op te voeden. Het ging er dit weekend over in De Standaard, en ik kon alleen maar de conclusie trekken dat de mensen meestal dezelfde zondebokken benoemen voor alle problemen. Bijvoorbeeld de onzekerheid over onszelf, gepaard met de druk om het goed te doen volgens de maatschappij. En de druk op het kind om een goed roderend tandwieltje te worden in de machine van de maatschappij.

Dikwijls terugkerend ook: hoe houden we de invloed van de smartphone onder controle.

Ik probeer zoveel mogelijk volgens het motto van The Idle Parent te gaan, in rock’n’roll-termen: “The kids are going to be alright”. Al heb ik slechts flarden van het boek gelezen. Het wordt blijkbaar op Amazon samen verkocht met “How to be Idle”, misschien moet ik dat ook maar eens aanschaffen.

Uiteindelijk moeten we vooral aan onszelf werken, de kinderen copiëren uiteindelijk toch wat ze zien. De idealistische façades die we optrekken om ons beter voor te doen dan we zijn, daar zien ze los door.

Deze ochtend heb ik Nora naar haar vakantieactiviteit gebracht: een circusstage, die ze af en toe eens doet. Omdat wij te druk bezig zijn met werken, dus we maken onszelf wijs dat we niet anders kunnen. Maar uiteindelijk gaat ze daar ook graag naartoe, en het doet haar ook deugd om te bewegen met vriendinnen.

Het wringt wel ergens in het achterhoofd, het besef dat we daarmee bestendigen wat we eigenlijk niet willen. Iedereen draait mee in een mallemolen waar elk moment moet ingevuld worden, en geen moment onbenut mag gelaten worden voor persoonlijke evolutie (het kleintje) en financiële zekerheid (wij). Het tegenovergestelde van “idle” zijn dus.

Maar deze ochtend merkte ik ook dat tussen haar twee vriendinnetjes een opbod ontstond over kleermerken (ze zijn nog geen zeven jaar!). En dat interesseerde de onze dus geen moer. Ze is de laatste in een lange rij kinderen in de familie en heeft bijna al haar kleren gekregen. En ze is daar heel gelukkig mee, dus als de discussie gaat over waar heb jij je vest van dat merk gekocht, dan gaat dat aan haar voorbij.

Het is niet dat het haar bewust niet interesseert, of dat het haar interesseert maar dat ze bewust kiest om er niet aan deel te nemen. Het is eenvoudiger dan dat: ze beseft niet dat het merk van haar kleren een kenmerk is waar ze ooit ook op beoordeeld gaat worden.

Dan besef ik dat we soms toch al iets goed doen. Het is dweilen met de kraan open, de maatschappij dringt ons leven binnen door alle spleten en kieren, hoe klein ook. En zelf zijn we ook maar menselijke mensen. Het is een strohalm waaraan ik me vastklamp.

Maar het is toch dat.