Ergens midden augustus zei de dokter me dat ik veertien dagen zonder koffie, alcohol of pikant eten moest leven. Daarna mocht ik langzaam weer opbouwen, één voor één.

Gewoonlijk dronk ik minstens twee, meestal drie grote tassen koffie per dag.

Alcohol was al langer iets wat ik probeerde te minderen, gewoon omdat ik het minder en minder verdroeg, na twee glazen had ik al een kater.

Pikant eten at ik al niet zo heel veel, maar ik houd wel van pikant eten af en toe.

Ik verwachtte me dus aan een ontwenningsperiode voor de koffie, zeker na het lezen van Michael Pollan’s problemen om cold turkey te gaan. Maar kijk: het was geen probleem. Niet het minste. Het enige wat ik miste, en dat is ook een beetje de reden waarom ik soms nog alcohol drink, waren interessante opties om te drinken op café. Ik was fan geworden van kombucha, al een tijdje (zeker in ons lokale café is die heel lekker), maar daar zit blijkbaar ook theïne in, dus dat is geen alternatief. Resten de frisdranken, die allemaal veel te zoet zijn naar mijn goesting. Het werd dus meestal plat water, bruisend water als het feestelijk mocht zijn.

Nu drink ik terug af en toe een koffie. Deze ochtend zelfs twee. En nu merk ik plots dat ik zit te trillen van een dosis die vroeger amper genoeg zou geweest zijn om me wakker te maken.

Conclusie: mijn verslaving was misschien niet groot, of ik heb geen aanleg voor verslaving, maar de gewenning was zeer reëel.