Het kleintje verweet me dat ik haar naar school had gebracht, die dinsdag.

Zij: “Er liep nochtans een ‘pas gentille’ rond in Schaarbeek, en dat is waar we wonen.”

Die ‘pas gentille’ had volgens haar drie mensen neergeschoten. Twee ‘s avonds en één ‘s ochtends.

Zij: “Het was trouwens een vriend van de papa van I., maar die wist niet dat hij pas gentille was.”

Ik: “Was I. niet je liefje?”

Zij lacht: “Ja. En G. ook, dat is ook mijn lief”

Zij: “Geef je me eens de cornflakes?”